Een initiatief van :




Wageningen Universiteit





Sitekeuring.NET Award

Food-Info.net> Onderwerpen > Ingrediënten > Zoetstoffen

Aspartaam

Zoetkracht t.o.v. suiker : 200x zoeter

Bron : Een synthetische zoetstof, bestaande uit twee natuurlijke aminozuren gekoppeld aan een methyl-groep (zie ook onder).

Smaak : Aspartaam heeft een neutrale zoete smaak, die zeer sterk overeenkomt met die van suiker. De meeste andere zoetstoffen hebben een bij- of nasmaak, vaak bitter of metaalachtig.

Energetische waarde : In het lichaam wordt aspartaam verwerkt als een eiwit. Dat wil zeggen dat het per gram 17 kJ levert. Echter, doordat je heel weinig nodig hebt, levert aspartaam nauwelijks energie.

Bijwerkingen : Hoewel er nauwelijks goede studies bekend zijn waarbij bijwerkingen zijn gevonden, staat aspartaam de laatste tijd sterk in de belangstelling (zie ook onder).

Overige gegevens :
Aspartaam is niet stabiel onder basische condities. Het verliest dan in de loop van de tijd de zoetkracht.

Structuurformule :

 

C14H18N2O5

(bron)

 


Wat is aspartaam precies ?
Aspartaam is een kunstmatige zoetstof, ontdekt in 1965 in de Verenigde Staten. Chemisch is het een combinatie van de twee gewone aminozuren asparaginezuur en fenylalanine, met aan het fenylalanine-deel een methanolgroep. De officiële chemische naam is N-L-alfa-aspartyl-L-phenylalanine-1-methyl ester.
De twee voornaamste bouwstenen, asparaginezuur en fenylalanine zijn bouwstenen van alle eiwitten. Feitelijk is aspartaam te beschouwen als een mini-eiwit, of een dipeptide (di=2, peptide is een verbinding tussen aminozuren). De combinatie van asparaginezuur en fenylalanine komt ook veel voor in de natuur, in allerlei eiwitten. De methyl-ester is een synthetische toevoeging.

Aspartaam is een wit poeder met een grote zoetkracht en is slecht oplosbaar, zowel in water, alcohol als olie. De zoetkracht is echter zodanig hoog, dat maar kleine hoeveelheden nodig zijn. In de praktijk is de oplosbaarheid niet beperkend.

Hoe zoet is aspartaam ?
Aspartaam heeft een gemiddelde zoetheid die 150-200 keer zo sterk is als de zoetkracht van gewone suiker. Een absolute vergelijking in zoetkracht is niet te maken, aangezien de zoetheid afhangt van andere componenten in het levensmiddel, de zuurgraad en de temperatuur. De reële zoetkracht van aspartaam moet dus voor iedere toepassing opnieuw bepaald worden. Ook speelt de concentratie een rol. Aspartaam is veel zoeter dan suiker in lage concentraties. Er is bij suiker een bepaalde drempelwaarde voordat de zoete smaak wordt geproefd. Bij aspartaam is die waarde een stuk lager.

Een groot verschil tussen aspartaam en diverse andere zoetstoffen, is dat het de smaak van fruit en fruitaroma's versterkt. In kauwgum blijven bijvoorbeeld de fruit- en zoete smaak veel langer proefbaar als aspartaam wordt gebruikt, dan wanneer suiker wordt gebruikt.

Waar wordt aspartaam voor gebruikt ?
Aspartaam kan gebruikt worden in de meeste producten, waar ook suiker voor kan worden gebruikt. Echter, in niet-zure producten, of tijdens verhitten is aspartaam veel minder stabiel dan suiker. Aspartaam is zeer stabiel in zure producten, en wordt dan ook veel toegepast in frisdranken en producten met fruit. Deze producten zijn meestal zuur tot erg zuur (cola).
Aspartaam wordt toegevoegd in een groot aantal producten, zoals :
zoetjes en zoetstoffen
frisdranken
puddingpoeder
crèmes en vullingen van gebak
ijs
medicijnen
jam en marmelade
vruchtenmoes
kauwgum
en nog tientallen overige producten.

Aspartaam is toegestaan in enkele of meerdere productgroepen in meer dan 90 landen. Het aantal producten loopt in de duizenden. In Nederland zal het om honderden producten gaan.

Aspartaam is zowel een additief, als een ingrediënt. Toevoeging van aspartaam aan een levensmiddel moet dus in de ingrediëntenlijst vermeldt staan. Meestal staat het onder 'kunstmatige zoetstof : aspartaam'. Soms ook als handelsnaam 'Nutrasweet'. Het E-nummer is E951.

Hoe veilig is aspartaam ?
Dit is een vaak gestelde vraag, en er zijn een aantal internet pagina's opgezet, waarin aspartaam tot een groot gif wordt bestempeld. Geen enkele stof is volledig veilig, of het nu gaat om een natuurlijke of een synthetische stof. Het grote verschil is, dat bij natuurlijke stoffen de giftigheid vaak onbekend is, terwijl voor synthetische stoffen uitgebreide studies nodig zijn, voor de stof mag worden toegepast.

De giftigheid van een stof wordt bepaald op een groot aantal gebieden. Voor toelating moet een stof getest zijn op een groot aantal aspecten, volgens internationaal vastgelegde voorschriften. Uit die testen komt een bepaalde giftigheid naar voren. Het grootste deel van de nieuwe zoetstoffen (er zijn tientallen zoetstoffen ontdekt) komt niet door deze testen heen, en komt dus ook nooit in de handel. Aspartaam voldeed aan alle eisen, zoals die gelden voor zoetstoffen.

Voor alle synthetische toevoegingen wordt aan de hand van de toxicologische (giftigheids)testen een maximaal aanvaardbare dosis opgesteld (ADI=acceptable daily intake). Dat is de hoeveelheid van een stof die een mens dagelijks binnen mag krijgen, zonder dat hij/zij er ziek van wordt. Meestal wordt gekeken vanuit data verkregen in dierproeven. Omdat een mens en een dier kunnen verschillen wordt de waarde van het gevoeligste dier gebruikt, en komt daar een marge van 10-100 overheen. Een ADI van 100 mg/kg/dag voor een rat wordt dan 1-10 mg/kg/dag voor een mens.
Voor aspartaam gelden 2 verschillende ADI-waardes, 40 mg/kg/dag voor de stof zelf, en een lagere van 7.5 mg/kg/dag voor het afbraakproduct diketopiperazine. Voor een gemiddelde mens van 70 kilo kom je met de laagste ADI waarde uit op 525 mg/dag, overeenkomend met 75-125 gram suiker aan zoetkracht.
Om deze lage ADI te halen moet een mens per dag eten/drinken :
4 liter frisdrank, of 320 kauwgumtabletten, of 133 zoetjes, of 12 liter vruchtenyoghurt. Voor de hoge ADI dus alles 4.5x zo veel.
De meeste mensen eten dit uiteraard niet, maar zelf bij combinaties van al deze stoffen wordt in Nederland zelden de ADI gehaald. En zeker niet dagelijks.

De ADI is niet geheel onomstreden, er kunnen (en vaak zullen) altijd mensen zijn die gevoeliger of allergisch zijn voor een bepaalde verbinding. Dit is niet te voorzien, noch te voorkomen.

Een aparte groep voor aspartaam zijn mensen met PKU, phenyl-keton-uria. Dit is een ziekte die wordt veroorzaakt door het feit dat het lichaam fenylalanine niet kan omzetten tot tyrosine. Het fenylalanine hoopt zich op in het lichaam en kan tot nadelige effecten leiden. Deze mensen moeten een speciaal, eiwitbeperkt, dieet volgen, aangezien fenylalanine in ieder eiwit voorkomt. Aangezien ook aspartaam fenylalanine bevat, moeten deze mensen uitkijken met de hoeveelheden aspartaam die ze binnenkrijgen. Op verpakkingen dient dit ook vermeld te staan als 'bevat een bron van fenylalanine'.

Eén van de bouwstenen van aspartaam is methanol. Methanol is een behoorlijk giftige stof, maar je moet er behoorlijk wat van binnenkrijgen om echt ziek te worden. Methanol wordt in ons lichaam geproduceerd in kleine hoeveelheden bij allerlei stofwisselingsprocessen en de lever ontgift de methanol zeer efficiënt. Het is vrijwel onmogelijk om door aspartaam een methanolvergiftiging te krijgen, omdat je dan tientallen grammen aspartaam per dag zou moeten eten (methanol hoopt zich niet op). Dit komt overeen met een zoetkracht vergelijkbaar met kilo's suiker.

De meeste methanol die we binnenkrijgen komt uit groente en fruit en vooral vruchtensappen. Hierin zit methanol gebonden, en het komt in de darm vrij, vergelijkbaar met aspartaam.

Onderstaande tabel geeft een idee van de hoeveelheden methanol uit vruchtensap en een light frisdrank met aspartaam (per 300 ml, 1 blikje):

 

Frisdrank

0.024 gram

Sinaasappelsap zonder pulp*

0.018 gram

Helder appelsap*

0.021 gram

Druivensap

0.046 gram

Tomatensap

0.085 gram


* troebele sappen of sappen met vruchtvlees kunnen meer dan het dubbele aan methanol opleveren.

In 2005 is er een Italiaanse studie gepubliceerd, waarin een verband zou zijn gelegd tussen aspartaam en het voorkomen van bepaalde soorten kanker bij ratten. Deze studie zorgde voor veel ophef en werd daarom zeer zorgvuldig door de EFSA (European Food Safety Authority) bestudeerd. De uitkomst hiervan was dat er geen bewijs was dat aspartaam kanker zou kunnen veroorzaken, maar dat de studie onzorgvuldig was opgezet en de conclusies niet terecht waren. Een beter opgezet vervolgonderzoek werd aangeraden.

Een van de belangrijkste aspecten was niet dat in sommige groepen er meer kanker voorkwam bij het aspartaamdieet, maar dat in een aantal groepen het aantal kankergevallen naar beneden ging in de controlegroep.

Voor de conclusies van de EFSA zie hier.

Er zijn derhalve geen aanwijzingen dat aspartaam kankerverwekkend zou zijn.

 

Meer informatie over zoetstoffen:

 



European Masters Degree in Food Studies - an Educational Journey


Master in Food Safety Law



Food-Info.net is an initiative of Wageningen University, The Netherlands