Een initiatief van :




Wageningen Universiteit





Sitekeuring.NET Award

Food-Info.net> Onderwerpen > Voedselallergiën en intoleranties

Fructose–intolerantie en HFI.

Fructose-intolerantie (ook wel fructose malabsorptie genoemd) en HFI (Hereditary Fructose Intolerance) zijn twee verschillende stofwisselingsaandoeningen, waarbij fructose in het dieet voor problemen zorgt.

Beide worden wel foutief fructose allergie genoemd. Fructose allergie (waarbij het immuunsysteem betrokken is) bestaat echter niet en de term komt dan ook niet voor in de medische literatuur.

HFI (of Fructose 1-Phosphaat Aldolase Deficiëntie)

HFI, erfelijke fructose intolerantie, is een erfelijke aandoening, waarbij het lichaam het benodigde enzym om fructose af te breken in de lever mist. Fructose wordt normaal uit de dunne darm opgenomen, maar in de lever ontbreekt het enzym fructose 1-phosphate aldolase (Enzym Classification Code EC 2.1.2.13), wat een sleutelrol speelt bij de verdere verwerking van fructose in het lichaam. Normaal gesproken wordt fructose omgezet tot fructose-1-fosfaat, wat verder wordt omgezet tot glyceraldehyde-3-fosfaat. Deze laatste stof is een normaal onderdeel van de glycolyse, de serie reacties in het lichaam die suikers omzetten in energie. Zie ook onderstaande figuur.


Schema van de afbraak van fructose in de lever. (Bron )

Wanneer het enzym in de lever ontbreekt, wordt het fructose-1-fosfaat in de lever, nieren en dunne darm opgeslagen. Het opgeslagen fructose-1-fosfaat remt de afbraak van glycogeen en de aanmaak van glucose (bloedsuiker). Het gevolg is een zware hypoglycaemie (een sterke daling van de bloedsuikerspiegel) na het eten van fructose. Een hypoglycaemie wordt normaal alleen gezien in mensen met diabetes.

Andere symptomen kunnen zijn buikpijn en overgeven na et eten van fructose of enkele andere suikers die via hetzelfde enzymsysteem worden afgebroken. In kinderen met HFI kan het veelvuldig eten van fructose uiteindelijk de lever- en nierfunctie aantasten, wat uiteindelijk de dood tot gevolg kan hebben.

Dit maakt HFI dus tot een ernstige en potentieel gevaarlijke erfelijke aandoening. Dit in tegenstelling tot gewone fructose intolerantie.

Het is niet goed aan te geven hoe vaak HFI voorkomt, dit komt met name omdat de diagnose moeilijk te stellen is. Een recent Engels onderzoek op DNA basis concludeerde een incidentie van 1 op de 22.000 mensen, met een variatie van 1:12.000 tot 1:50.000. HFI lijkt ook meer voor te komen in Noordwest Europa of hun afstammelingen (VS, Australië), dan in andere regio's. Maar voor veel landen ontbreken alle gegevens, zodat dit nog niet duidelijk is.

Diagnose van HFI is moeilijk en bij kinderen zelfs gevaarlijk. Een diagnose kan pas gesteld worden als een van de twee hieronder genoemde testen positief is:

  • Een test op de aldolase activiteit. Dit kan alleen gedaan worden door operatief een beetje leverweefsel te verwijderen.
  • Een fructose tolerantie test. Hierbij wordt fructose geïnjecteerd en de concentraties van glucose, fructose en fosfaat in het bloed worden constant bepaald.

Een nieuwe test, gebaseerd op DNA is recent beschikbaar gekomen. Het probleem bij deze test is dat een negatief resultaat HFI niet uitsluit. Een positieve uitslag, samen met de klinische symptomen, duiden echter vrijwel altijd op HFI. Echter, nog steeds zal een van bovenstaande tests uitsluitsel moeten geven.

De waterstof-ademhalingstest, die gebruikt wordt bij gewone fructose intolerantie, kan HFI niet aantonen.

Als de diagnose is gesteld, zal de patiënt zich aan een strikt fructose-vrij dieet moeten houden. Dit houdt in een dieet vrij van fructose, suiker en sorbitol. Het is een moeilijk dieet, maar met goede begeleiding van een diëtiste goed vol te houden. Mensen met een dergelijk dieet kunnen een verder volledig normaal leven leiden, maar moeten altijd oppassen met eten.

Sorbitol is ook uitgesloten in dit dieet. Hoewel sorbitol geen fructose bevat en maar slecht door het lichaam wordt opgenomen, wordt het opgenomen sorbitol in de lever omgezet tot fructose via de zogenaamde sorbitol-route.

Fructose malabsorptie of gewone fructose intolerantie.

De veel meer voorkomende normale fructose intolerantie is vergelijkbaar met lactose intolerantie. In dit geval wordt fructose niet door de dunne darm opgenomen. Normaalgesproken wordt fructose via een speciaal transporteiwit in de darmwandcellen opgenomen. Wanneer dit eiwit niet aanwezig is, komt het niet opgenomen fructose in de dikke darm terecht.

In de dikke darm wordt het fructose snel gefermenteerd door de daar aanwezige darmflora (darmbacteriën). Hierbij ontstaan zuren en gassen, zoals koolzuurgas en waterstofgas. Deze gassen zorgen voor de problemen, buikpijn, krampen en winderigheid. Diarree komt ook vrij veel voor.

Fructose intolerantie kan erfelijk zijn, maar ook andere factoren kunnen een rol spelen. Het komt veel vaker voor dan HFI, ongeveer 1:3 personen heeft problemen met de opname van kleine suikers, zoals fructose.

Vergelijkbaar met lactose intolerantie en andere koolhydraat/suiker-intoleranties hebben de meeste mensen geen enkel probleem met kleine hoeveelheden van de suiker(s). De drempelwaarde voor symptomen varieert zeer sterk tussen personen. Sommige mensen hebben al klachten bij 1 gram fructose, terwijl anderen probleemloos 20 gram kunnen eten. Dit ligt aan de samenstelling van de darmflora en de opnamecapaciteit van de gassen in het bloed.

Hoewel fructose-intolerantie lastig is en pijnlijk kan zijn, is het niet zo ernstig of levensbedreigend als HFI. Fructose intolerantie wordt aangetoond met de waterstof-uitademingstest, vergelijkbaar met lactose-intolerantie. Het lichaam maakt zelf geen waterstof aan. Alle waterstof in de uitademingslucht komt dus van de afbraak van suikers door de darmflora. Als er dus waterstof wordt aangetoond in de uitademingslucht binnen een uur na het drinken van fructose op een nuchtere maag, dan wordt de persoon als intolerant beschouwd.

Het dieet bij fructose-intolerantie is een dieet met geen of weinig fructose, afhankelijk van de drempelwaarde van de persoon. Geheel fructose-vrij zoals bij HFI is meestal niet nodig. Symptomen treden vooral op bij het eten van fructose en gewone suiker. Tevens zijn mensen met fructose intolerantie meestal ook gevoeliger voor andere niet verteerbare koolhydraten, zoals polyolen (sorbitol, xylitol), raffinose (bonen) en inuline (een polymeer van fructose) dan mensen zonder fructose-intolerantie. Zie de lijsten hieronder.

Suikers en andere koolhydraten die wel of niet gebruikt kunnen worden bij HFI of fructose-intolerantie

In de volgende tabellen is aangegeven welke suikers en andere koolhydraten wel of niet gebruikt kunnen worden bij menen met HFI en/of een fructose-intolerantie.

Tabel 1. Koolhydraten die fructose bevatten, en/of waarbij fructose vrijkomt in de dunne darm*

 

Koolhydraat

Kan gebruikt worden bij

 

HFI

fructose intolerantie

fructose

nee

nee

saccharose (suiker, rietsuiker, bietsuiker)

nee

nee

honing

nee

nee

ahornsiroop

nee

nee

Vruchtensiroop/stroop

nee

nee

HFCS (high fructose corn syrup)

nee

nee

invertsuiker

nee

nee

Diverse andere stropen zijn geen probleem, zoals glucosestroop. Deze worden meestal gemaakt uit zetmeel en bevatten geen fructose. Echter in sommige gevallen wordt stroop met enzymen behandeld om het zoeter te maken. Hierbij wordt glucose omgezet in fructose. Deze worden op het etiket vermeld als invertsuikerstroop. HFI patiënten dienen deze stropen beter te vermijden, tenzij de producent kan aangeven dat de stroop geen fructose bevat. Mensen met fructose-intolerantie kunnen deze stropen meestal goed verdragen.

Mensen met fructose-intolerantie verdragen meestal wel kleine doses suiker, honing of stroop, afhankelijk van de drempelwaarde van de gevoeligheid.

Tabel 2 : koolhydraten die fructose bevatten, waarbij de fructose in de dikke darm vrijkomt.

 

Koolhydraat

Kan gebruikt worden bij

 

HFI

fructose intolerantie

inuline

nee

nee

fructo-oligosacchariden, oligofructose, raftilose

nee

nee

raffinose-familie (bonen): raffinose, verbascose, stachyose

?**

nee

lactulose

nee

nee

* mensen met een fructose-intolerantie kunnen meestal lage doses van deze suikers verdragen.
** fructose uit deze suikers komt meestal niet vrij in de dunne darm en wordt dus niet opgenomen. Echter, een heel klein percentage raffinose kan opgenomen worden. Het is daarom toch aangeraden om deze suikers te vermijden.

 

Op sommige sites word ook aangeraden om ‘oligosacchariden' te vermijden. Hoewel fructo-oligosacchariden de meest gebruikte oligosacchariden zijn, zijn er ook ander typen in de handel. Xylo- en galacto-oligosacchariden zijn geen enkel probleem.

Tabel 3 : Niet-verteerbare koolhydraten (waartegen feitelijk iedereen intolerant is), waarvoor mensen met fructose-intolerantie meestal gevoeliger zijn dan gewone mensen.

 

Koolhydraat

opmerkingen

erythritol

 

isomalt

Kan niet gebruikt worden door HFI patiënten, omdat er sorbitol uit gemaakt kan worden.

lactitol

 

maltitol

Kan niet gebruikt worden door HFI patiënten, omdat er sorbitol uit gemaakt kan worden.

mannitol

 

sorbitol

Niet toegestaan bij HFI

xylitol

 

Tabel 4 : koolhydraten die geen fructose bevatten

 

Koolhydraat

Samenstelling

alginaat

gemengd polysaccharide

arabische gum

gemengd polysaccharide

carrageen

gemengd polysaccharide

cellulose

bevat alleen glucose

dextrine(s) / polydextrose, polyglucose

bevat alleen glucose

druivensuiker

synoniem van glucose

galactose

 

gellaan gum

gemengd polysaccharide

glucosestroop

bevat alleen glucose

glycogeen

bevat alleen glucose

guar gum

gemengd polysaccharide

johannesbroodpitmeel

gemengd polysaccharide

lactose

glucose en galactose

maltodextrines

bevat alleen glucose

maltose

bevat alleen glucose

mannose

 

pectine

gemengd polysaccharide

tragacanth gum

gemengd polysaccharide

trehalose

bevat alleen glucose

xanthaan gum

gemengd polysaccharide

zetmeel

bevat alleen glucose

De zoetstoffen aspartaam, acesulfaam K, sacharine, cyclamaat en thaumatine kunnen gewoon gebruikt worden door mensen met HFI of fructose-intolerantie.

De volgende E-nummers kunnen niet gebruikt worden door mensen met HFI. Voor fructose-intolerante mensen zijn ze geen probleem :

  • E420 : sorbitol
  • E473 en E474 : suiker esters
  • E491-E495 : sorbitaan esters, hier kan sorbitol uit vrijkomen in de darm
  • E953 : Isomalt

Dieet

Voor een goed dieet moeten zowel HFI als fructose-intolerante personen zich aan bovenstaande lijst met suikers houden. Echter, zeer veel natuurproducten bevatten suiker, fructose of sorbitol. Deze staan uiteraard niet op het etiket vermeld. In ieder geval is het voor iedereen bij wie de diagnose fructose-intolerantie of HFI is gesteld, aan te raden om bij een diëtiste langs te gaan. Voor HFI patiënten, waarbij het dieet veel strikter is, is dit pure noodzaak.

Hieronder een lijst met een aantal producten die fructose bevatten. Deze lijst is uiteraard niet volledig ! Bij twijfel altijd een diëtiste raadplegen.

Enkele producten met fructose, saccharose (suiker) of raffinose.

  • Al het (zachte) fruit
  • Alle producten die van nature zoet zijn
  • Bonen
  • Honing
  • Bananen bevatten lage concentraties fructose. Niet geschikt voor HFI patiënten.

En alle producten die hiervan zijn afgeleid (vruchtensap, moes etc).

De volgende vruchten bevatten veel sorbitol

  • Aardbeien
  • Abrikozen
  • Appels
  • Druiven en rozijnen
  • Frambozen
  • Kruisbessen
  • Peren
  • Perziken
  • Pruimen

Meer informatie over HFI : http://www.bu.edu/aldolase/HFI/

 

 



European Masters Degree in Food Studies - an Educational Journey


Master in Food Safety Law



Food-Info.net is an initiative of Wageningen University, The Netherlands