Een initiatief van :




Wageningen Universiteit





Sitekeuring.NET Award

Food-Info.net> Onderwerpen > Genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen

Genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen/moderne biotechnologie

In de voedselbereiding wordt veel gebruik gemaakt van biotechnologie. Zo wordt bier gebrouwen met gisten die de aanwezige suikers omzetten in alcohol. Yoghurt wordt gemaakt door melkzuurbacteriën toe te voegen aan melk, brie is bedekt met schimmels. Dit zijn allemaal van oorsprong traditionele biotechnologische processen.

Moderne biotechnologie (genetische modificatie) heeft ook zijn intrede gemaakt in de moderne voedselbereiding. Op verschillende manieren komen voeding en moderne biotechnologie elkaar tegen. Hierbij zijn de voedinsmiddelen op zich niet gemodificeerd, maar de planten, waaruit de producten worden gemaakt. GMO-voeding is dan ook geen juiste term.

Soja en maïs zijn zo gemodificeerd dat ze bestand zijn tegen insecten of onkruidbestrijdingsmiddel. Vooral in Amerika worden deze maïs en soja veel gekweekt.

Chymosine wordt gebruikt in kaasbereiding en wordt uit kalverenmagen gewonnen. Het is echter ook op diervriendelijke manier te produceren, namelijk door genetisch gemodificeerde micro-organismen.

Aroma's die smaak geven aan voedingsmiddelen worden op grote schaal geproduceerd door (genetisch gemodificeerde) micro-organismen. Ook enzymen worden vaak geproduceerd door genetisch gemodificeerde micro-organismen. Deze enzymen worden vaak gebruikt in de productie van voedingsmiddelen. De micro-organismen zelf komen niet in de voedingsmiddelen voor, de gevormde producten zijn chemisch identiek aan de natuurlijke producten, verkregen uit andere bronnen. Ook hier is dus geen sprake van GMO-voeding.

In Nederland houdt het RIKILT instituut zich bezig met de controle van voedingsmiddelen en het instituut test ook op genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen. Genetisch gemodificeerde planten zijn niet heel veel anders dan planten verkregen met traditionele veredelingstechnieken. Maar, omdat er nieuwe eigenschappen worden ingebracht, moeten deze planten wel uitgebreid getest worden op veiligheid, voordat ze op de markt kunnen komen. Tot op heden zijn er nog geen GMO-planten gevonden die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het grootste gevaar is een toename van allergiën, door de productie van nieuwe eiwitten in de planten, maar ook dit is nog niet gevonden.

Hieronder staat voor enkele genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen wat de reden en de methodes zijn voor de genetische modificatie. Deze zijn overigens lang niet allemaal toegelaten in Nederland. Het overzicht dient enkel als voorbeeld.

Zie ook: Vragen en antwoorden over Biotechnologie

Aardappel

De belangrijkste ziekte die aardappels kan treffen is de aardappelziekte Phytophthora. Dit was de ziekte die rond het midden van de 19e eeuw zorgde voor de hongersnood in Ierland waardoor zeer veel Ieren het land ontvluchtten. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de oomyceet (een soort filamenteuze schimmel) Phytophthora infestans (Grieks voor plantenvernietiger). Oomyceten zijn een zeer diverse groep van organismen waarbinnen veel plantpathogenen vallen. Voor 1980 was de ziekte redelijk in de hand te houden. Na die datum is de schimmel veel resistenter geworden. Om de ziekte te bestrijden, die vooral optreedt bij vochtig warm weer, wordt gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Per seizoen wordt wel 15 tot 20 maal gespoten tegen Phytophthora. Dit is niet alleen een zware economische aanslag maar ook een aanslag op het milieu.

Door via genetische modificatie zijn aardappelen zo te veranderen dat ze resistent worden tegen Phytophthora. Onderzoek naar dit soort resistente aardappelrassen is in volle gang.

Maïs

Maïs is een voedingsmiddel wat in veel producten verwerkt zit en wat veel als veevoer wordt gebruikt. Ook maïs is een gewas wat onderhevig is aan aanvallen door insecten. Daarom wordt de maïs regelmatig bespoten om de schadelijke insecten te doden.

In een poging het gebruik van chemische insecticiden terug te dringen is in de afgelopen 30 jaar in beperkte mate gebruik gemaakt van natuurlijke microbiële insecticiden, zoals bepaalde soorten van Bacillus thuringiensis (Bt). Bij de sporulatie produceren deze bacteriën een kristallijn dat toxisch is voor larven van specifieke groepen insecten. Het toxine is niet schadelijk voor ongevoelige insecten en heeft geen effect of andere diersoorten. De productie van sporen voor commercieel gebruik is beperkt en dus zijn deze sporen duur. Bovendien is door afbraak van het eiwit het beschermende effect van korte duur, waardoor regelmatig opnieuw met sporen gesproeid moet worden.

Kennis van dit natuurlijke systeem heeft geleid tot ontwikkeling van genetisch gemodificeerde maïs die het Bt toxine in hun cellen zelf produceert.

Omdat insecten resistentie tegen het Bt-toxine zouden kunnen ontwikkelen, en omdat er een nieuw eiwit in de plant wordt geproduceerd (met kans op allergieën), is de introductie van deze maïs niet onomstreden geweest.

Oliehoudende zaden

De chemische samenstelling (vetzuursamenstelling) van oliehoudende zaden is een erfelijke eigenschap. De vetzuursamenstelling is karakteristiek voor plantaardige oliën –hierdoor wordt het gebruik in de levensmiddelenindustrie bepaald- en wordt bepaald door de genen van de desbetreffende plant (of variëteit). De komst van gentechnologie heeft het mogelijk gemaakt de genenset te veranderen die de samenstelling van de olie bepaald. Er zijn verschillende voorbeelden, zoals zonnebloemolie met een verhoogd gehalte aan oliezuur (normaliter is linolzuur het meest voorkomende vetzuur in zonnebloemolie), vlas met een laag gehalte aan linoleenzuur (normaal is het linoleenzuurgehalte relatief hoog, waardoor de olie van het product zeer oxidatiegevoelig is), of koolzaad met een laag gehalte aan erucazuur.

Verandering van de vetzuursamenstelling kan zowel voedingsaspecten (meer of gunstiger onverzadigde vetzuren) als wel de toepassing in levensmiddelen beïnvloeden (stabielere frituurolie). Immers door de vetzuursamenstelling te veranderen, veranderen fysische parameters (als smelt en stolgedrag) en chemische parameters (als oxidatieve stabiliteit).

Soja

Soja wordt veel gebruikt in bijvoorbeeld chocoladepasta, koekjes, sauzen enz, zie ook hier. De productie en verbruik van soja is dan ook erg groot. Soja wordt vooral in Amerika op grote schaal geteeld. De sojaplant heeft echter veel last van onkruid en er worden bij de sojateelt dan ook grote hoeveelheden pesticiden gebruikt.

Sinds een aantal jaar is er een sojaplant op de markt die tegen een voor alle planten dodelijk onkruidbestrijdingsmiddel(RoundUp) kan. Deze sojavariëteit wordt dan ook wel Round Up-ready soja genoemd. Deze sojavariëteit is gemaakt met genetische modificatie. Er is een verandering in het genetische materiaal van de plant gemaakt, waardoor de plant niet gevoelig is voor het onkruidbestrijdingsmiddel.
Voordeel van deze soja is natuurlijk dat de soja niet doodgaat als je het onkruidbestrijdingsmiddel RoundUp op de plant spuit. Al het onkruid dat op de akker groeit, zal wel doodgaan. Voor de boer erg makkelijk, want die hoeft nog maar met één onkruidbestrijdingmiddel te spuiten om al het onkruid te doden. Ook het milieu is voordeliger uit omdat er veel minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn.

Het milieuvoordeel staat wel ter discussie. Greenpeace zegt bijvoorbeeld dat er helemaal niet minder gespoten wordt, maar juist meer. Omdat de plant tegen het verdelgingsmiddel kan, kan de boer zoveel spuiten als hij wil.

Voor de consument zitten er geen gevaren aan deze soja. Onderzoek heeft uitgewezen dat er geen schadelijke gevolgen voor mens of dier zijn gevonden. Daarom is de verwerking van deze soja in voedingsmiddelen ook gewoon toegestaan. Op het etiket van een voedingsmiddel dient dan wel aangegeven te zijn dat er soja in verwerkt zit die gemaakt is met moderne genetische technieken.

Rijst

De gewone rijstkorrel (geen zilvervliesrijst) is wit en bevat geen beta-caroteen (provitamine A) . In veel ontwikkelingslanden krijgen mensen, met name kinderen te weinig vitamine A. Ongeveer 400 miljoen mensen hebben een vitamine A tekort, en ongeveer de helft daarvan zijn kinderen. Het aantal doden per jaar door vitamine A tekort is schrikbarend.

Omdat rijst in veel gebieden het belangrijkste voedingsmiddel, is er door middel van genetische modificatie een rijstvariant ontwikkeld, die wel beta-caroteen bevat. Omdat e caroteen een gele kleur heeft, wordt de rijst ook ‘golden rice' genoemd. De verwachting is dat deze rijst gaat bijdragen aan het oplossen van vitamine A tekorten in voeding in ontwikkelingslanden.

Er is er veel discussie over deze rijst en over de manier van aanpak van problemen. De gouden rijst is extra ingewikkeld omdat de discussie ook betrekking heeft op de problemen van ontwikkelingslanden en de wijze waarop die problemen moeten worden opgelost. De gouden rijst is bijvoorbeeld beschermd door talloze (meer dan 70) patenten en onduidelijk is hoe de rechten georganiseerd gaan worden. Het belangrijkste betrokken bedrijf (Syngenta) heeft aangekondigd dat gouden rijst vrij bruikbaar is voor de ontwikkelingslanden. Maar zelfs als dat zo is, is het de vraag of boeren in ontwikkelingslanden daar iets aan hebben.

Ook de milieu- en voedingskundige gevolgen zijn nog niet goed ik kaart gebracht. De introductie van de gouden rijst verloopt dan ook erg moeizaam.

Zalm en garnaal

Tegenwoordig wordt steeds meer vis gekweekt, in het begin vooral de meer luxe soorten, zoals zalm en garnaal. Nadeel voor de viskweek is dat deze soorten erg langzaam groeien.

Om die reden, en omdat er tijdens de lange opkweek periode op zee heel wat fout kan gaan (stormen, te warm of te koud zeewater, ziektes) hebben onderzoekers zich sinds begin jaren negentig bezig gehouden met het maken van transgene (genetisch gemodificeerde) zalmen die sneller groeien, een betere tolerantie tegen zeer lage zeewater temperaturen hebben, of een verbeterde ziekteresistentie. Vooral in de VS en Canada worden transgene zalmen en garnalen gekweekt.

Zalmen zetten hun eieren en sperma in het water af, waar de bevruchting plaatsvindt. De vrouwtjes sterven daarna. Transgene vissen zijn relatief eenvoudig te maken door de eitjes eerst op te vangen en te injecteren met het DNA dat de gewenste genetische informatie bevat voor de eigenschap waar je het dier transgeen voor wilt maken: het "transgen". Daarna voeg je het sperma en water toe zodat bevruchting plaatsvindt. Op deze manier zijn er zalmen gemaakt die een overmaat aan groeihormoon produceren en 400 % sneller groeien dan hun niet transgene soortgenoten. Het gen wat codeert voor dat groeihormoon was geïsoleerd uit een zalmsoort uit de Stille Oceaan, de Chinook (= "king") zalm.

Verwarrend is dat naast dat groeihormoon gen ook een stukje DNA uit een andere vissoort, de "Ocean Pout" of Puitaal is gebruikt, om er voor te zorgen dat het groeihormoon-gen ook werkelijk voldoende groeihormoon gaat produceren. Dit zogenaamde promoter-gen was oorspronkelijk ontwikkeld om de productie van een antivries eiwit te stimuleren waarmee zalmen resistenter tegen vrieskou zouden worden.

De groeieigenschappen zijn echter niet zo veel beter als aanvankelijk was gedacht en bij transgene forellen traden ook nogal wat misvormingen op.

Grote zalm producenten als Nutreco, en overkoepelende organisaties als Nasco, wijzen het gebruik van transgene zalmen daarom af. Ook de publieke opinie (‘tegen') speelt hierbij een belangrijke rol.

In Nieuw zeeland is onderzoek van de King Salmon Co. aan de gebruik van transgene "king" zalmen voor commerciële productie onlangs stopgezet na aanhoudende protesten vanuit de samenleving. Kwekers zullen waarschijnlijk vooral door gaan met gewone fokprogramma's, waarbij ze selecteren op de snelstgroeiende en gezondste vissen.

Tenslotte: er wordt de laatste tijd ook gesproken over zalmen welke transgeen zouden zijn voor een gen wat zorgt voor de aanmaak van de rode vleeskleur bij zalm. Deze kleur wordt veroorzaakt door astaxanthine, een caroteen-achtige kleurstof welke van nature door algen wordt gemaakt. Garnalen eten algen en zalm eet garnalen, waardoor ze roze wordt. De kleurstof kan chemisch worden nagemaakt, maar is duur en wordt daarom in beperkte hoeveelheden aan het voer van zalmen toegevoegd.

Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat er pogingen worden ondernomen om zalm transgeen te maken voor astaxanthine productie. Ook is het niet bekend of zalmen dusdanig transgeen te maken zijn dat ze deze kleurstof zelf kunnen produceren. Mocht dit wel mogelijk zijn dan zou de discussie rond het ontwikkelen en gebruik van dergelijke transgene zalmen zich misschien wel eens gaan toespitsen op de gezondheidsbevorderende aspecten van astaxanthine als antioxidant.

Voornaamste bron:

 




European Masters Degree in Food Studies - an Educational Journey


Master in Food Safety Law



Food-Info.net is an initiative of Wageningen University, The Netherlands