Een initiatief van :




Wageningen Universiteit





Sitekeuring.NET Award

Food-Info.net> Wetenswaar > Pindakaas

Wetenswaar achtergronddossier Pindakaas

Pindakaas: Copyright GPD 2005

Hier vindt u achtergrondinformatie bij de rubriek ‘Wetenswaar' uit de regionale dagbladen. Deze keer een aantal aspecten van pindakaas in relatie met gezondheid.

Moeilijke begrippen zijn in de tekst onderstreept. Een toelichting van deze begrippen vindt u onder aan de website. Bij verwijzingen naar andere websites staat beschreven of dit een Nederlandstalige (NL) of Engelstalige (EN) website betreft.

Introductie

Pindakaas is in 1884 ontwikkeld door de Amerikaanse arts Dr John Harvey Kellogg, die tevens één van de eerste vegetariers was. Hij beschouwde pindakaas als een voedingsrijk en lichtverteerbaar product voor zijn patienten. Ondanks de naam, bevat pindakaas geen kaas of andere melkproducten. Pindakaas wordt gemaakt van gemalen pinda's. De gemalen pinda's worden gehomogeniseerd , eventueel onder toevoeging van extra olie, honing en zout. Pinda's zijn geen noten, maar peulvruchten. De peulen groeien onder de grond. Het eenjarige gewas komt vooral uit de VS en China.

Onder Nederlanders is pindakaas een zeer geliefd product voor op de boterham. Men zegt niet voor niets helaas pindakaas . Pindakaas kan zowel positieve als negatieve effecten op de gezondheid hebben. Positief beschouwen we de functie van pindakaas als vleesvervanger, het effect van pindakaas op cholesterol, op galsteesvorming en op het ontstaan van diabetes. Negatief is het effect van de mogelijk aanwezige aflatoxineen op de lever en de allergene werking.

Deze effecten worden in dit dossier besproken.

De volgende onderwerpen komen achtereenvolgens aan bod:

Voedingswaarde pindakaas

Pindakaas bevat - evenals pinda's en noten - eiwitten, plantaardige vetten en koolhydraten. Bovendien bevat pindakaas voedingsvezels en verschillende vitamines en mineralen, waaronder B-vitamines, vitamine E, ijzer en magnesium.

 

Tabel: Voedingswaarde pindakaas (per 100 gram)

 

Energie

Eiwit

Vet

Verzadigde vetzuren

Cholesterol

Koolhydraten

Vezels

(kcal)

(g)

(g)

(g)

(mg)

(g)

(g)

640

25

55

10

0

12

5

Bron : Nederlandse Voedingsmiddelentabel 2004

 

Vegetarisch eten en vleesvervangers

Vegetariërs eten geen vlees en meestal ook geen vis. Ongeveer twee procent van de Nederlandse bevolking eet elke dag vegetarisch. Daarnaast is er een groeiende groep 'parttime vegetariërs', die één of meer dagen per week geen vlees eten. Bijna alle vegetariërs eten wel melk(producten), kaas en eieren (lacto-ovo-vegetariërs). Veganisten eten helemaal geen producten van dierlijke oorsprong, dus ook geen melk(producten), kaas of eieren.

Veel mensen vragen zich af of vegetarische voeding wel gezond is. Vlees, vis en gevogelte zijn immers belangrijke leveranciers van ijzer, B-vitamines en eiwit. Bij een volwaardige vegetarische voeding is het belangrijk voldoende andere producten te eten die deze voedingsstoffen in voldoende mate leveren. Een vegetarisch eetpatroon met voldoende groente, fruit, peulvruchten, brood, graanproducten, zuivelproducten en eieren, levert alle voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft.

Pinda's, pindakaas, en hartige notenpasta's van amandelen, hazelnoten en van zaden als sesamzaad zijn een goed alternatief voor vlees op de boterham. Ze leveren veel voedingsstoffen, waaronder eiwit en ijzer.

Bron : www.voedingscentrum.nl > hoe eet ik gezond > vegetarisch eten (NL)

 

Vetten in pindakaas

Pindakaas bestaat voor maar liefst 55% uit vet, waardoor het veel calorieën bevat. Toch heeft pindakaas een gunstige werking op het cholesterolgehalte in het bloed. Het bevat namelijk met name onverzadigde vetzuren en maar weinig verzadigde vetzuren . Pindakaas bevat geen transvetzuren .

De onverzadigde vetzuren leiden tot een stijging van het HDL-cholesterol en een daling van het LDL-cholesterol . Hierdoor zal het bloedvat minder snel dichtslibben en zal de kans op een hartinfarct of herseninfarct minder groot zijn.

 

Meer informatie:

- HDL- en LDL-cholesterol (NL)

www.food-info.nl > wetenswaar > ei

 

Transvetzuren

Alhoewel pindakaas geen transvetzuren bevat willen wij dit onderwerp toch nader toelichten

Transvetzuren zijn een bepaald soort onverzadigde vetzuren. 'Trans' zegt iets over de vorm van het onverzadigde vetmolecuul. In de scheikundige structuur van transvetzuren liggen bij een of meerdere dubbele bindingen de twee waterstofatomen in de tegengestelde richting van de dubbele binding.

Figuur: gezond (cis-)meervoudig onverzadigd vetzuur

Figuur: ongezond transvetzuur

 

Transvetzuren zijn net als verzadigde vetten ongezond omdat zij het cholesterolgehalte in het bloed kunnen verhogen. Transvetzuren ontstaan door bewerkingprocessen van oliën en vetten. Men noemt dit proces ook wel gedeeltelijke harding of gedeeltelijke hydrogenering van vetten. Het gedeeltelijk harden van vetten wordt toegepast om het smeltpunt van vet te verhogen en de houdbaarheid te vergroten. Dit proces speelt zich in de natuur ook af in de pensflora van herkauwers. Daarom komen transvetzuren van nature ook voor in melk en vlees van herkauwers.

Tot enkele jaren geleden was het gehalte aan transvetzuren in margarine, halvarine en bak- en braadproducten vrij hoog. Tegenwoordig zijn de productietechnieken aangepast, waardoor praktisch geen transvetzuren meer voorkomen in deze producten.

Bron : www.voorlichtingmvo.nl > consument > vetten en vetzuren > transvetten (NL)

 

Meer informatie:

- Uitgebreide informatie over transvetzuren - Belgisch Voedingsinformatiecentrum (NL)

Belgisch Voedingsinformatiecentrum

 

Galstenen

Galblaas
De galblaas ligt rechtsboven in de buik, net onder de lever. Dit kleine orgaan is via de galgang met de lever en de dunne darm verbonden. De galblaas slaat gal op die de lever produceert. Gal is nodig voor de vertering van vetten in voedsel. Als (vet) voedsel in de darm komt, perst de galblaas de gal via de afvoerbuis naar de dunne darm.

Galstenen
In de galblaas kunnen zich stenen vormen. Eén op de tien mensen heeft galstenen, vaak zonder er last van te hebben. Galstenen zijn harde, steenachtige massa's die in de galblaas of in het galkanaal voorkomen. Ze zijn meestal zo groot als een kiezelsteen en kunnen bestaan uit cholesterol of calcium.

De oorzaak van galstenen is niet precies bekend. Ze komen meer voor bij vrouwen en bij te dikke mensen. Ook neemt de kans op stenen duidelijk toe met de leeftijd. Veel galstenen worden toevallig ontdekt, bij een echo- of röntgenonderzoek. Deze geven vaak geen klachten en een behandeling is dan ook niet nodig. Alleen galstenen die duidelijke en ernstige klachten geven, bijvoorbeeld pijn en misselijkheid, moeten behandeld worden.

Behandeling
Afhankelijk van de ernst en het soort klachten zijn verschillende behandelingen mogelijk of noodzakelijk. Lichte galsteenklachten kunnen vaak met een vetarm dieet goed onder controle worden gehouden. Sommige galstenen kunnen worden verwijderd met een flexibele buis (endoscoop) die via de slokdarm en de maag in de twaalfvingerige darm wordt ingebracht. De beste methode om galsteenklachten te behandelen is een operatieve verwijdering van de galblaas inclusief alle stenen (een cholecystectomie ). In Nederland worden per jaar 15.000 galblaasoperaties uitgevoerd. Wanneer alleen de stenen zouden worden verwijderd zou de galblaas niet genezen maar weer nieuwe stenen gaan vormen. Daarom zijn methoden als het vergruizen van galstenen, of het oplossen met medicijnen, niet echt succesvol.

Bronnen:

www.gezondheidsplein.nl > aandoeningen > galstenen (NL)

www.amc.uva.nl > informatie voor patiënten > patiëntenvoorlichting/ patiëntenfolders > patiëntenfolders > chirurgie > galblaasoperatie (galstenen) (NL)

 

Onderzoek naar pindakaas en galstenen

Pindakaas, pinda's en noten lijken te beschermen tegen galstenen. Dat blijkt uit onderzoek van de Harvard School of Public Health onder 80.000 vrouwen (de Nurses' Health Study ).

Aan deze vrouwen werden vragenlijsten gestuurd over hun consumptie van noten, pinda's en pindakaas. Vervolgens werden alle vrouwen op basis van hun notenconsumptie ingedeeld in 5 categorieën: minder dan 1 keer per maand, 1-3 keer per maand, 1 keer per week, 2-4 keer per week en meer dan 5 keer per week. Tevens werd hen gevraagd of ze een galblaasoperatie hadden ondergaan tussen 1980 en 2000.

Vrouwen die vijf keer of meer per week een handje (ongeveer 30 gram) pinda's of noten aten, hadden 25 procent minder kans op een verwijdering van de galblaas. Bij vijf of meer keer per week een eetlepel pindakaas, werd het risico op een cholecystectomie 15 procent lager. De bevindingen van de onderzoekers wijzen op een drempeleffect: alleen bij vrouwen die vrijwel dagelijks pinda's, noten of pindakaas aten, werd een significante verlaging van het risico op cholecystectomie waargenomen.

Mogelijke verklaringen voor de gezondheidsvoordelen van pindakaas zijn de aanwezigheid van onverzadigde vetzuren en bioactieve stoffen , die het cholesterolgehalte in het bloed kunnen verlagen en daarmee mogelijk de kans op galstenen. Tevens zouden de voedingsvezels en het magnesium uit pindakaas een rol kunnen spelen.

Bron : Tsai CJ, Leitzmann MF, Hu FB, Willett WC, Giovannucci EL. Frequent nut consumption and decreased risk of cholecystectomy in women, American Journal of Clinical Nutrition 2004; 80(76): 76-81.

 

Onderzoek naar pindakaas en diabetes

In Nederland lijden circa 440.000 mensen aan diabetes. Het betreft meestal diabetes type 2 . Een team van wetenschappers aan de Harvard School of Public Health heeft bij 83.818 vrouwen uit de Nurses' Health Study het verband bestudeerd tussen het eten van noten en het risico om diabetes type 2 te ontwikkelen. In de periode van 1980 tot 1994 hebben de deelneemsters vijf vragenlijsten ingevuld over hun eetgewoonten. Na zestien jaar lang gevolgd te zijn, bleken 3206 van hen type-2-diabetes te hebben ontwikkeld.

Vrouwen die minstens vijf keer per week pindakaas aten (een totale hoeveelheid van vijf eetlepels), liepen 21 procent minder risico om diabetes type 2 te ontwikkelen dan vrouwen die (vrijwel) nooit pindakaas aten. Daarom was de conclusie van dit onderzoek dat pindakaas de kans op diabetes type 2 verkleint. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door dezelfde voedingsstoffen uit pindakaas die de kans op galstenen verkleint. De onverzadigde vetten, vezels en magnesium zouden ervoor zorgen dat mensen minder gauw insulineresistent worden.

Bron : Jiang R, Manson JE, Stampfer MJ, Liu S, Willett WC, Hu FB. Nut and peanut butter consumption and risk of type 2 diabetes in women, JAMA (American Medical Association) 2002; 288(20): 2554-2560.

 

Aflatoxinen

Mycotoxinen (mycos = schimmel, toxine = giftige stof) zijn een groep van verschillende giftige stoffen die onder bepaalde omstandigheden door schimmels in de voeding gevormd kunnen worden. Slechts een klein deel van de schimmels is giftig en ontwikkelt zich op voedingsmiddelen.

De meest bekende groep van mycotoxinen zijn de aflatoxinen. De ontdekking van de aflatoxinen volgde uit het onderzoek naar de geheimzinnige kalkoenziekte in Groot-Brittannië in 1960. Al snel bleek dat de ‘Turkey X-disease' veroorzaakt werd door aardnotenmeel in het voer, afkomstig uit Brazilië. Dit meel bevatte toxinen van de schimmel Aspergillus flavus. De geïsoleerde toxinen werden naar de schimmel, aflatoxinen genoemd. Aflatoxinen worden gevormd onder warme en vochtige (tropische) omstandigheden en zijn hittestabiel . Daarom moeten temperatuur en vochtigheid continu gecontroleerd worden. In tropische gebieden en vooral in ontwikkelingslanden, is het onder controle houden van schimmelgroei op planten door het tropische klimaat niet zo eenvoudig te realiseren.

Aflatoxinen komen veelal voor in pinda'sen en dus ook in pindakaas. Ook kunnen aflatoxinen voorkomen in andere gewassen en producten, onder andere in maïs, rijst, sorghum, peulvruchten, cacao, specerijen (bijvoorbeeld nootmuskaat, paprikapoeder, cayenne peper), vlees, melk en melkproducten, fruit en groenten.

 

Aflatoxinen en gezondheid

Sinds de ontdekking van de aflatoxinen in 1960 is er veel onderzoek verricht naar de toxiciteit van aflatoxine. Uit deze studies blijkt dat aflatoxine kan leiden tot ernstige leveraandoeningen, waaronder levertumoren. Omvangrijke studies in Afrika hebben uitgewezen dat er een duidelijk verband bestaat tussen de verhoogde opname van aflatoxinen met het voedsel en leverkanker. Het is bewezen dat vooral mensen met hepatitis gevoelig zijn voor aflatoxinen.

Er zijn diverse aflatoxinen bekend, met elk een andere toxiciteit. Het meest giftige is aflatoxine B1, welke met name voorkomt in noten en graanproducten. Daarnaast kan ook aflatoxine M1 voorkomen in koeienmelk. Wanneer de koe voedsel eet dat besmet is met aflatoxinen, dan worden deze omgezet tot aflatoxine M1 welke in de melk terechtkomt. Aflatoxine M1 geldt als minder gevaarlijk dan B1. Aangezien dit echter een direct gevaar oplevert voor de volksgezondheid (vooral zuigelingen), zijn de normen strenger dan voor aflatoxine B1.

 

Figuur: Aflatoxine B1

 

Aflatoxinen en wetgeving

In de Westerse landen wordt er op toegezien dat producten (zowel veevoeder als producten voor humane consumptie) die vanuit de tropen worden ingevoerd niet de maximale gehalten overschrijden. Deze normen voor aflatoxinen zijn voor een groot deel vastgelegd binnen de Europese Unie. Dit heeft tot doel om de consument te beschermen tegen te hoge blootstelling aan aflatoxinen. De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) controleert in Nederland of producten aan de Europese normen voldoen, door regelmatig monsters te nemen en te onderzoeken. Als de VWA overschrijdingen constateert, krijgen producenten of importeurs een waarschuwing, een boete of kunnen partijen producten worden vernietigd. Het risico voor de Nederlandse consument is zeer beperkt door deze strenge wetgeving.

 

Meer informatie:

- Aflatoxinen - Voedingscentrum (NL)

www.voedingscentrum.nl > > voedselveiligheid > natuurlijke gifstoffen > in schimmels > aflatoxine

- Mycotoxinen - Voedsel- en Warenautoriteit (NL)

www.vwa.nl > > voedselveiligheid > dossier mycotoxinen

 

Pinda allergie

Niet alleen zijn er negatieve gezondheidseffecten in verband met aflatoxinen, maar ook doordat het belangrijkste bestanddeel van pindakaas, de pinda, tot de allergenen behoort. Dit betekent dat pinda's (en dus ook pindakaas) eiwitten bevat waarop het afweersysteem onterecht reageert. Bij zo'n allergische reactie maakt het afweersysteem niet alleen antistoffen aan tegen schadelijke indringers, maar ook tegen de eiwitten in pinda's. Een allergische reactie kan ontstaan na het eten van een voedingsmiddel dat pinda's of sporen van pinda's bevat en in ernstige gevallen is huidcontact al voldoende. Sporen van pinda's zijn aanwezig in veel voedingsmiddelen zoals chocolade, bonbons, koekjes, en sauzen. Mensen met een allergie voor pinda's moeten hun hele leven lang erg kritisch omgaan met hun voeding. Ook cosmetische producten kunnen soms dergelijke eiwitten bevatten. In tegenstelling tot enkele andere allergieën lijkt pinda-allergie levenslang te blijven bestaan.

Bij een allergische reactie komt de stof histamine vrij. Histamine is de belangrijkste stof die verantwoordelijk is voor de verschijnselen die kunnen optreden bij pinda-allergie. Dit kan leiden tot eczeem of een anafylactische reactie, die bij elk volgend contact met pinda heviger kan verlopen. Anafylaxie is de meest extreme en gevaarlijke vorm van een allergische reactie; het hele lichaam is er bij betrokken. In zo'n geval is het belangrijk dat direct medische hulp geboden wordt. Bij snelle medische zorg kan de patiënt zonder blijvende schade genezen.

Kruisallergie

Veel mensen met een pinda-allergie zijn ook allergisch voor noten, en andersom. Dit heet een kruisallergie. Diverse noten zoals hazelnoot, amandel en walnoot zijn ook onderling verwant. Een opgebouwde allergie voor het één kan tevens klachten geven bij een voedingsmiddel dat hieraan verwant is. Een gecombineerde allergie voor deze beide voedingsmiddelen komt steeds vaker voor en beginnen op steeds jongere leeftijd. Daarom wordt vaak geadviseerd in het geval van pinda-allergie ook producten met noten te vermijden. Er zijn bij het Voedingscentrum speciale merkartikelenlijsten te bestellen, waarin noten- en pindavrije producten staan vermeld.

Meer informatie:

- Voedselallergieën - Kennislink (NL) www.kennislink.nl

- Pinda-allergie - Allergologie Praktijk Arnhem (NL) www.allergologie.nl > allergie > pinda-allergie

- Brochure voedselovergevoeligheid - Europese Federatie van Astma en Allergieverenigingen (NL) www.allergieplein.nl

 

Begrippen

Anafylactische reactie : al dan niet allergische reactie waarbij histamine en andere stoffen vrijkomen uit weefsel-mestcellen, waardoor de verschijnselen sterk op die van een allergische reactie lijken.

Bioactieve stoffen : alle stoffen, die een bepaalde biologische activiteit of functie hebben. Het gaat meestal om de groep van stoffen die van nature voorkomen in producten of kunstmatig worden toegevoegd aan voedingsmiddelen of supplementen en voor de mens een gezondheidsbevorderend effect hebben, maar niet essentieel zijn. Voorbeelden zijn plantenstoffen zoals carotenoïden en flavonoïden uit groenten en fruit, en fytosterolen uit plantaardige oliën.

Diabetes type 2 : chronische stofwisselingsziekte, die gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Type 2 diabetes ontstaat meestal op latere leeftijd als gevolg van stoornissen in de afscheiding van insuline en/ of het niet optimaal benutten van de aanwezige insuline door weefsels.

Cholecystectomie : galblaasverwijdering.

Hartinfarct : afsterven van een deel van de hartspier, ten gevolge van blijvend zuurstoftekort door een afsluiting van een kransslagader.

HDL-cholesterol : 'hoge dichtheids lipoproteïne', transportdeeltje dat cholesterol afvoert naar de lever. De lever zorgt ervoor dat het cholesterol in de darmen komt en vervolgens via de ontlasting wordt afgescheiden. HDL-cholesterol wordt daarom ook wel goed cholesterol genoemd.

Hepatitis : leverontsteking, vaak veroorzaakt door virus en gaat gekenmerkt door geelzucht.

Herseninfarct : een deel van de hersencellen krijgt geen zuurstof meer en sterft af. Een herseninfarct ontstaat doordat een bloedstolsel een slagader in het hoofd afsluit.

Hitte stabiel : stoffen die verhittingsprocessen zoals koken, bakken en pasteuriseren weerstaan.

Homogeniseren : homogener maken door middel van het verkleinen van deeltjes.

Hydrogenering : additie van waterstofatomen.

Insulineresistent : het niet optimaal benutten van het hormoon insuline.

LDL-cholesterol : 'lage dichtheids lipoproteïne', transportdeeltje dat cholesterol naar de verschillende delen van het lichaam vervoert. Onderweg kan cholesterol zich gemakkelijk in de wanden van slagaders nestelen en zo een vernauwing veroorzaken. LDL-cholesterol wordt daarom ook wel slecht cholesterol genoemd.

Nurses' Health Study: in 1976 zijn onderzoekers aan de Harvard School of Public Health in Boston begonnen met de Nurses' Health Study. In het kader van dit onderzoek zijn van 121.700 gediplomeerde vrouwelijke verpleegkundigen in de VS, in de leeftijd van dertig tot vijfenvijftig jaar, uitgebreide gegevens over leefgewoonten en gezondheid verzameld. Daarna zijn, en worden, er elke twee jaar vervolgvragenlijsten aan de deelneemsters gestuurd om informatie te verzamelen over mogelijke risicofactoren voor ziekten, en om recent vastgestelde ziekten als hartziekten en diabetes in kaart te brengen.

Onverzadigd vet : vetzuur met een of meerdere dubbele bindingen. Onverzadigd vet kan het cholesterolgehalte van het bloed verlagen. Onverzadigd vet is vloeibaar is bij kamertemperatuur en zit in veel oliën, vis en noten.

Toxiciteit : giftigheid van een stof.

Transvetzuren : gehard onverzadigd vetzuur.

Verzadigd vet : vetzuur zonder dubbele bindingen. Verzadigd vet kan het gehalte aan cholesterol in het bloed laten stijgen. Verzadigd vet is bij kamertemperatuur gestold en zit met name in dierlijke producten en snacks, gebak en koek.

 

Auteurs

Nynke Bergsma, student Master of Science programma Food Safety (Voedselveiligheid) , Wageningen Universiteit

Annemarie Zuur, student Master of Science programma Nutrition and Health (Voeding en Gezondheid) , Wageningen Universiteit

 

PINDAKAAS

Het krantenartikel zoals deze in de GPD-kranten in februari 2005 is verschenen.

Vet maar niet ongezond. Dat is wat je in een notendop van pindakaas kunt zeggen.

Wie af wil vallen kan er beter niet teveel van nemen, wie niet op de lijn hoeft te letten kan er zich met een gerust hart aan te buiten gaan. Pindakaas bevat een aantal nuttige vitaminen, mineralen en eiwitten, zij het niet in overvloedige hoeveelheden. Je kunt ze ook in voldoende mate met ander voedsel naar binnen krijgen. Onderzoek in de Verenigde Staten onder 80.000 verpleegsters (Harvard School of Public Health) leidde anderhalf jaar geleden tot conclusies die de mensen van het Informatiebureau Amerikaanse Pinda's deed spinnen van genoegen. Er bleek een verband te bestaan tussen het eten van veel pindakaas (en noten) en een (verlaagde) kans op het krijgen van diabetes type 2. En een paar maanden geleden bleek uit gegevens over dezelfde verpleegsters, dat bij degenen die meer pindakaas aten ook de kans op galstenen ietsjes lager was.

Maar is dat te danken aan de pindakaas of komt het door andere gezonde gewoonten van de pindakaaseetsters? Dan het vet. Pindakaas bestaat voor maar liefst 55 procent uit vet en is dus allemachtig rijk aan calorieën. Dikkerds, wees dus gewaarschuwd! Gelukkig bestaat dat vet voor slechts twintig procent uit ongezonde, verzadigde vetzuren en voor tachtig procent uit gezonde, onverzadigde vetzuren. Per saldo hebben die vetten een positieve invloed op het cholesterolgehalte in het bloed, waardoor de aderen minder gemakkelijk dichslibben en verkalken. De kans op een hartinfarct wordt er door verkleind.

Transvetten (die een zeer ongunstige invloed hebben op het cholesterolgehalte in het bloed) komen in pindakaas niet voor.

Pindakaas is niet overal ter wereld even veilig. Uit Wagenings onderzoek bleek afgelopen jaar dat mensen in Soedan die er veel van eten, een grotere kans op leverkanker lopen. Dat komt door de gifstof aflatoxine, die er in relatief hoge concentraties in de pindakaas zit. Aflatoxine wordt geproduceerd door een schimmel die van vochtig en warm houdt. Het is vaak moeilijk om partijen geheel aflatoxinevrij te houden. Ook in Europa -waar de controle streng is- worden zodoende geregeld kleine hoeveelheden aflatoxine in pinda's en noten gevonden. Maar het gaat dan om minder dan 0,0000001 gram aflatoxine in een handjevol pinda's, en het risico daarvan is voor gezonde mensen nihil.

Uit onderzoek in de Verenigde Staten en Canada blijkt dat iets meer dan één procent van de bevolking er allergisch is voor pinda's. Kinderen met een allergie voor koemelk groeien daar vaak overheen. Dat geldt niet voor de pinda-allergie, die vaak levenslang is. Ook anderszins betreft het een vervelende kwaal, omdat men in een paar minuten tijd ontzettend ziek kan worden van zelfs een zeer minieme hoeveelheid pinda-eiwit. Sommigen sterven er zelfs aan . Probleem is ook dat niet altijd duidelijk is in welke producten pindameel zit, ook de drempelwaarden verschillen van persoon tot persoon. Menigeen met een pinda-allergie is ook overgevoelig voor noten. Toch is een pinda geen noot. Noten groeien als vruchten met een harde schil aan bomen of struiken, pinda's zijn eigenlijk peulvruchten. Ze groeien onder de grond, als onderaardse boontjes aan de pindastruik.

(In samenwerking met Wageningen Universiteit)

 

safety.htm



European Masters Degree in Food Studies - an Educational Journey


Master in Food Safety Law



Food-Info.net is an initiative of Wageningen University, The Netherlands