Een initiatief van :




Wageningen Universiteit





Sitekeuring.NET Award

Food-Info.net> Onderwerpen > Literatuurverslagen

Functionele bestanddelen in sportdranken

Emiel Sonnemans
Literatuuronderzoek
Wageningen Universiteit


Inhoudsopgave

1 Inleiding

2 Ingrediëntendeclaraties van sportdranken

3 De bestanddelen

3.1 Koolhydraten

3.2 Eiwitten en aminozuren

3.3 Electrolyten

3.3.1 Calcium

3.3.2 Magnesium

3.3.3 Natrium

3.4 Vitamines

3.4.1 Vitamine B1 (thiamine)

3.4.2 Vitamine B2 (riboflavine)

3.4.3 Vitamine B3 (niacine)

3.4.4 Vitamine B5 (Pantotheenzuur)

3.4.5 Vitamine B6 (pyridoxine)

3.4.6 Vitamine B11 (foliumzuur)

3.4.7 Vitamine B12 (cobalamine)

3.4.8 Vitamine C (ascorbinezuur)

3.4.9 Vitamine E (tocoferol)

3.5 Plantenextracten

3.5.1 Guarana

3.5.2 Ginseng

3.6 Zuren

3.7 Inositol

3.8 Carnitine

4 Conclusie en discussie

Referenties


1 Inleiding

Sportdranken bestaan al meer dan 35 jaar. De eerste sportdranken waren dranken bestaande uit een combinatie van water, koolhydraten en elektrolyten aangevuld met componenten om de smaak en houdbaarheid te verbeteren. De sportdranken moesten het lichaam voldoende hydrateren en daardoor de sportieve prestaties verbeteren (Gatorade , 2004).

Tegenwoordig worden er naast koolhydraten en elektrolyten nog andere bestanddelen aan sportdranken toegevoegd. Vaak wordt door producenten van sportdranken aan deze bestanddelen een prestatie verbeterende werking toegeschreven.

Het doel van deze literatuurstudie is uit te zoeken welke bestanddelen aan sportdranken worden toegevoegd en wat de functie is van deze stoffen. In hoofdstuk twee worden van een vijftal sportdranken de ingrediëntendeclaraties geanalyseerd, om te bepalen welke bestanddelen er aan sportdranken worden toegevoegd. In hoofdstuk drie worden de functies van de individuele bestanddelen besproken. Tenslotte zal in hoofdstuk vier een conclusie worden getrokken over de ideale samenstelling van een sportdrank voor sporters.

ISO SprintB+ energy drink

Figuur 1.1: voorbeelden van sportdranken.


2 Ingrediëntendeclaraties van sportdranken

In tabel 2.1 staan van een vijftal sportdranken de kenmerkende bestanddelen en in welke concentratie zij in de sportdrank aanwezig zijn, weergegeven. Wanneer achter de naam van het bestanddeel een streepje is staat betekent dit dat het bestanddeel niet in het bijbehorende product aanwezig is. Een vraagteken betekent dat het bestanddeel wel aanwezig is in het bijbehorende product, maar onbekend is in welke concentratie.

Tabel 2.1: bestanddelen en concentratie per 100 gram van vijf verschillende sportdranken (BioSynergy health alternatives, 2004; Maxim, 2004; Monster Energy, 2004; NeedMoreBeer.com, 2004; Riedel, 2004).

 

Extran Energy Orange

Maxim Orange

B+ Energy

Monster Energy

Iso sprint energy

Koolhydraten

15,1 g

91,0 g

24 g

10,8 g

?

Waarvan suikers

?

40,2 g

22 g

10,8 g

?

Eiwitten

-

0,2 g

1 g

-

-

Taurine (aminozuur)

-

-

1 g

417 mg

-

Natrium

13 mg

0,9 g

5 mg

75 mg

20 mg

Chloride

?

1528 mg

-

-

-

Kalium

18 mg

218 mg

-

-

58 mg

Magnesium

-

-

-

-

46 mg

Calcium

-

-

-

-

12 mg

Vitamine B1 (thiamine)

-

1,0 mg

15 mg

-

0,4 mg

Vitamine B2

-

-

15 mg

0,7 mg

0,3 mg

Vitamine B3 (niacine)

-

-

40 mg

8,3 mg

5,2 mg

Vitamine B5 (pantotheenzuur)

-

-

-

-

2,3 mg

Vitamine B6

-

-

18 mg

0,8 mg

0,5 mg

Vitamine B11 (foliumzuur)

-

-

400 µg

-

0,04 mg

Vitamine B12

-

0,4 µ g

-

2,5 µ g

0,3 µ g

Vitamine C

?

125 mg

150 mg

25 mg

25 mg

Vitamine E

-

-

-

-

3,4 mg

Guarana extract

-

-

500 mg

?

-

Ginseng extract

-

-

-

83,3 mg

-

Citroenzuur

?

?

-

?

?

Melkzuur

-

-

-

-

?

Inositol

-

-

50 mg

?

-

L-carnitin

-

-

-

?

32 mg

3 De bestanddelen

De bestanddelen die in dit literatuuronderzoek besproken zullen worden, na analyse van de ingrediëntendeclaraties van de vijf sportdranken, zijn: koolhydraten, eiwitten, elektrolyten, vitamines, plantenextracten, zuren, inositol en carnitine.

3.1 Koolhydraten

De werking en het doel van het toevoegen van koolhydraten mag als algemeen bekend worden beschouwd, toch zal dit kort belicht worden om het verhaal rondom de sportdrank te completeren.

De koolhydraten in de sportdrank dienen als energiebron. Het belangrijkste doel van de inname van koolhydraten tijdens duurinspanning is het handhaven van een voldoende hoge glucose niveau in het bloed. Hiermee wordt een hoge omzettingssnelheid van bloedglucose en glycogeen, opgeslagen in de spieren, in energie behouden (Coyle, 1994). Tijdens de inspanning wordt energie verbruikt en deze moet weer worden aangevuld. Wanneer de energie niet wordt aangevuld raakt een sporter sneller vermoeid en dit heeft directe invloed op de prestaties. Ook voor het herstel zijn koolhydraten essentieel. Door de gedane inspanning is een zogenaamde glucoseschuld opgebouwd, die ingelost dient te worden (Bonci, 2002).

Sportdranken worden vaak in twee categorieën opgedeeld: 1. dorstlessers en 2. energiedranken. Een belangrijk verschil tussen deze twee categorieën is het gehalte aan koolhydraten, voornamelijk glucose, fructose en maltodextrines. Bij een gehalte van 40 tot 80 gram koolhydraten per liter spreekt men van een dorstlesser. Bij een gehalte van 80 tot 200 gram koolhydraten per liter gaat het om een energiedrank (Departement welzijn, volksgezondheid en cultuur vlaanderen, 2004).

Uit onderzoek blijkt dat een inname van minder dan 20 gram koolhydraten per uur geen effect heeft op de prestaties. Het lichaam kan maximaal 60 tot 80 gram koolhydraten per uur uit een sportdrank verbruiken. Daarnaast is vastgesteld dat dranken die meer dan 80 gram koolhydraten per liter bevatten de maaglediging en daarmee ook de vochtopname kunnen remmen (Ryan et al., 1998). Sportdranken met een gehalte aan koolhydraten tussen de 60 en 80 gram per liter blijken in veel gevallen ideaal voor de aanvoer van zowel vocht als energie. (Coggan en Coyle, 1991; Casa et al., 2000).

3.2 Eiwitten en aminozuren

Uit onderzoek is gebleken dat er geen directe voordelen zijn aan het toevoegen van eiwitten of aminozuren aan sportdranken (Davis et al., 1999). Wel worden eiwitten gebruikt als brandstof bij inspanningen, maar de hoeveelheid die verbruikt wordt is echter zo klein dat het toevoegen van eiwitten aan sportdranken, die al genoeg energie bevatten in de vorm van koolhydraten, geen prestatie verbeterend voordeel oplevert. Ook voor na de inspanning is het onwaarschijnlijk dat het toevoegen van eiwitten aan een koolhydraatrijke sportdrank een aantoonbaar positiever effect heeft op de aanmaak van glycogeen in de spieren tijdens die herstelfase, ten opzichte van een sportdrank met alleen koolhydraten (Carrithers et al., 2000; Loon Van et al., 2000).

Bonci (2002) vermeldt als nadeel van het toevoegen van eiwitten aan sportdranken, dat deze een negatieve invloed heeft op de smaak en het mondgevoel van de drank.

Aan sommige sportdranken worden ook individuele aminozuren toegevoegd als functioneel bestanddeel. Bij twee van de vijf sportdranken uit dit literatuuronderzoek is dat het geval. Het gaat hierbij om het aminozuur taurine.

Volgens twee producenten van sportdranken helpt taurine in de hersenen en het hart bij het stabiliseren van de celmembraan. In de hersenen functioneert deze stabilisatie door de inhibitie en modulatie van neurotransmitters en voorkomt daarmee over-activiteit van de hersencellen. In de galblaas, ogen en bloedvaten blijkt taurine een antioxidant werking en een ontgiftende werking te hebben. Daarnaast wordt taurine aangetroffen in het centrale zenuwstelsel waar het bijdraagt aan de beweging van natrium, kalium, calcium en magnesium in en uit celmembranen en daarmee bij het opwekken van zenuwimpulsen (BioSynergy health alternatives, 2004; Dark Dog, 2004).

Daarnaast claimt de producent van Shark energy drink dat taurine ondersteunt bij het ontgiften van het lichaam en bijdraagt aan de hersenfuncties (www.sharkenergy.com).

Van taurine wordt gemeld dat het het samentrekken van het hart bij hartpatiënten verbetert en dat het kan dienen als antioxidant. Er zijn echter tot nu toe nog geen publicaties waaruit blijkt dat toedienen van taurine aan sportdranken de sportieve prestaties positief beïnvloed (Bonci, 2002).

3.3 Electrolyten

In de vijf sportdranken die in deze studie bekeken zijn, zijn vijf verschillende elektrolyten aanwezig, namelijk: natrium, kalium, calcium, magnesium en chloride. Tijdens het zweten worden elektrolyten samen met het zweet uitgescheiden. Deze elektrolyten kunnen via een sportdrank gemakkelijk worden aangevuld, maar dit is niet noodzakelijk. In een sportdrank zouden maximaal het aantal elektrolyten moeten zitten als de hoeveelheid die tijdens de inspanning door het zweten verloren is gegaan. Elektrolyten verhogen de osmotische waarde van sportdranken. Inname van te veel elektrolyten wordt daarom als ongewenst beschouwd, omdat dit kan leiden tot maagdarmproblemen (Departement welzijn, volksgezondheid en cultuur vlaanderen, 2004).

Uit de literatuur blijken met name de elektrolyten calcium, magnesium en natrium belangrijk voor sporters.

3.3.1 Calcium

Bij calcium gaat het met name over het voorkomen van blessures door verzwakking van de botten. Met zwakkere botten loopt een sporter een groter risico op breuken. Een tekort aan calcium kan ook een minder goede spierwerking tot gevolg hebben (Clark,1995).

3.3.2 Magnesium

Magnesium is noodzakelijk voor meer dan 325 enzymatische reacties in het lichaam en speelt een zeer belangrijke rol bij de energie productie, zowel aëroob al anaëroob. Bij de synthese van ATP is het magnesium afhankelijke enzym ATPase noodzakelijk. Deze enzymen zijn tijdens inspanning zeer actief. Een mens kan gemiddeld niet meer dan 85 gram ATP opslaan. Bij een zware en langdurige inspanning kan de afbraak en weer opbouw van ATP wel meer dan 15 kilogram per uur zijn (Hamilton, 2004).

3.3.3 Natrium

Goede zout inname is essentieel om het vocht niveau op peil te houden. Te laag natrium en dus vochtniveau kan onder andere leiden tot mindere prestaties en spierkramp (Bergeron, 1996; Bonci, 2002).

Tijdens inspanning gaat er tussen de 115 en 2300 mg natrium per liter zweet verloren. Dit is afhankelijk van de trainingsstatus en aangepastheid aan hitte van de atleet (Bergeron, 2000). Deze waardes liggen beduidend hoger dan de waardes voor de overige elektrolyten (Bonci, 2002).

Natruim heeft een aantal verschillende functies. Een belangrijke functie van natrium is het verbeteren van de waterabsorptie. Natrium en koolhydraten worden samen geabsorbeerd in de darmen. Voor elk molecuul glucose dat geabsorbeerd wordt is een molecuul natrium nodig. Wanneer glucose en natrium door de darmwand worden getransporteerd, volgt er ook een influx van water door de darmwand als gevolg van osmose (Departement welzijn, volksgezondheid en cultuur vlaanderen, 2004).

Een andere belangrijke functie van natrium is dat het aanzet tot drinken, doordat er door natrium een dorstgevoel opgewekt wordt. Daarnaast zorgt natrium ook het gedronken water in het lichaam vastgehouden wordt. Wanneer een sporter alleen water zou drinken tijdens zijn inspanning, dan zal dat leiden tot een daling van de natrium concentratie in het bloed. Bij een lage natriumconcentratie in het bloed wordt er minder anti-diuretisch hormoon uitgescheiden, het hormoon dat de urineproductie remt, en zal de urineproductie dus toenemen. Wanneer een sporter wel zorgt voor een voldoende inname van natrium gedurende de inspanning zal de natrium concentratie niet dalen en dus uiteindelijk leiden tot het beter vast houden van het vocht (Departement welzijn, volksgezondheid en cultuur vlaanderen, 2004).

Een belangrijk verschil tussen het elektrolyt natrium en calcium en magnesium is dat natrium een directe invloed heeft op de prestaties Daarnaast gaat er veel van dit elektrolyt bij het zweten verloren. Bij natrium is het dus van belang deze gedurende de inspanning op niveau te houden. Voor natrium geldt daarom dat het een nuttig bestanddeel is om aan een sportdrank toe te voegen. De twee andere elektrolyten daarentegen hebben minder directe invloed op de prestaties en kunnen door gezonde voeding op peil worden gehouden (Departement welzijn, volksgezondheid en cultuur vlaanderen, 2004).

3.4 Vitamines

Sinds de jaren tachtig is er duidelijk een trend waarneembaar voor het toevoegen van vitamines aan levensmiddelen. Ook aan sportdranken worden deze vitamines toegevoegd. In het volgende hoofdstuk worden de vitamines, die in de vijf beschreven sportdranken zijn aangetroffen, besproken.

De B-vitamines zullen hieronder onafhankelijk worden gesproken, maar eigenlijk is er sprake van een B-vitamine complex. Deze groep bestaat uit acht vitamines die samen zorgen voor de stofwisseling in ons lichaam. Voor hun werking zijn de B-vitamines sterk van elkaar afhankelijk. (TNO, Vitamine informatie bureau, 2004). Daarom zal bij een aantal vitamines van het B-complex een zelfde werking wordt genoemd.

3.4.1 Vitamine B1 (thiamine)

Thiamine maakt deel uit van de cofactor thiaminepyrofosfaat (TPP) een heeft een rol in de citroenzuurcyclus bij de productie van energie uit koolhydraten. Daarmee is het een zeer belangrijke vitamine voor sporters. Daarnaast is vitamine B1 belangrijk voor de neuromusculaire prikkeloverdracht (Machlin, 1991; Rokitzi et al., 1996).

Uit onderzoek van Rokitzi et al. (1996) onder 61 atleten blijkt dat deze in meer dan 30 procent van de gevallen te weinig vitamine B1 met de voeding binnenkregen. Als aanbeveling om deze te lage inname te verhelpen geeft Rokitzi et al. het advies om meer graanproducten en ook vers fruit en groente te eten.

3.4.2 Vitamine B2 (riboflavine)

Riboflavine wordt teruggevonden in de co-enzymen flavinemononucleotide (FMN) en flavine-adenine-dinucleotide (FAD). Deze co-enzymen ondersteunen het lichaam bij verschillende oxidatie- en reductiereacties. Vitamine B2 speelt een rol bij de instandhouding van het zenuwstelsel en het spijsverteringsstelsel. Riboflavine zorgt samen met biotine voor de opbouw en afbraak van vetzuren (Machlin, 1991; Manore, 2000; TNO, Vitamine informatie bureau, 2004).

3.4.3 Vitamine B3 (niacine)

Vitamine B3, ook wel aangeduid als niacine, speelt een belangrijke rol bij de energievoorziening van cellen en bij de werking van de hersenen en het zenuwstelsel. Het is een bouwsteen voor de co-enzymen nicotineamide-adeninedinucleotide (NAD) en nicotineamide-adeninedinucleotidefosfaat (NADP). Daarnaast speelt niacine een rol bij de synthese van steroïdhormonen (TNO, Vitamine informatie bureau, 2004; www.sharkenergy.com).

3.4.4 Vitamine B5 (Pantotheenzuur)

Volgens de producent van Shark energy drink speelt Vitamine B5 een rol bij de oxidatieprocessen van koolhydraten en is het daarmee een cruciaal element voor het verkrijgen van energie in het lichaam (www.sharkenergy.com).

Vitamine B5, onderdeel van co-enzym-A, speelt een belangrijke rol bij de afbraak en opbouw van eiwitten, vetten en koolhydraten. Panthoteenzuur speelt een rol binnen de adrenalineklier en is daardoor van belang voor de vorming van een aantal hormonen zoals cortisol. Ook speelt vitamine B5 een rol bij de vorming van neurotransmitters, hemoglobine en steroïden (TNO, Vitamine informatie bureau, 2004 ; Zest, 2004).

3.4.5 Vitamine B6 (pyridoxine)

Volgens de producent van Bulldog energy drink is v itamine B6 belangrijk voor het omzetten van eten in energie, het opslaan van energie in de spieren, het activeren van de B vitamines en het reguleren van de zuurgraad van het bloed. Daarnaast is vitamine B6 ook een belangrijk ingrediënt bij het reguleren van het geestelijk proces en de stemming (Bulldog energy drink, 2004) .

Pyridoxine werkt samen met foliumzuur en cobalamine. Deze drie vitamines samen ondersteunen enzymen bij het omzetten van homocyste?ne, een vermoedelijk schadelijk tussenproduct bij de stofwisseling, in onschadelijke producten. Daarnaast speelt vitamine B6 een belangrijke rol bij de opbouw van DNA en RNA (Machlin, 1991).

Vitamine B6 is onder meer in de vorm van pyridoxaal-5-fosfaat (P5P) een belangrijke vitamine, omdat het een actieve bijdrage levert aan het omzetten van eiwitten en aminozuren. Daarnaast ondersteunt deze vitamine de hersenfunctie. Om pyridoxine optimaal te laten werken is het noodzakelijk dat vitamine B2 en magnesium in voldoende mate aanwezig zijn (Horwill, 2004).

Een belangrijke eigenschap van vitamine B6 voor sporters is dat het de vorming van rode bloedcellen stimuleert. Meer rode bloedcellen betekent een betere zuurstofopname in het bloed. Het reguleert de uitscheiding van water, wat belangrijk is voor de vochtbalans van een sporter. Ook is pyridoxine een belangrijk element bij de energieproductie en maakt het spieren beter bestand tegen inspanningen. Een van de manieren waarop pyridoxine daaraan bijdraagt, is door het beter beschikbaar maken van ijzer uit de voeding. Meer ijzer betekent meer hemoglobine waardoor er meer zuurstof beschikbaar is voor de spieren. Een andere manier waarop pyridoxine daaraan bijdraagt is dat het de energieproductie stimuleert door koolhydraten beter verbrandbaar te maken voor de mitochondri?n (Horwill, 2004).

3.4.6 Vitamine B11 (foliumzuur)

Naast de ondersteuning bij het omzetten van homocyste?ne besproken bij vitamine B6, speelt vitamine B11 een belangrijke rol bij de opbouw van DNA en RNA. Daarnaast is foliumzuur samen met vitamine B12 betrokken bij methyleringsprocessen, de aminozuurstofwisseling, de hersenstofwisseling en de aanmaak van rode bloedcellen (Machlin, 1991; TNO, Vitamine informatie bureau, 2004).

3.4.7 Vitamine B12 (cobalamine)

Volgens de producent van Bulldog energy drink is vitamine B12 belangrijk voor het functioneren van de zenuwcellen en het onderhouden van het uithoudingsvermogen (Bulldog energy drink, 2004). Volgens de producent van Shark energy drink helpt vitamine B12 bij de productie van hemoglobine en draagt het bij aan het handhaven van een goede balans tussen de rode en de witte bloedcellen (Shark energy drink, 2004).

Naast de ondersteuning bij het omzetten van homocyste?ne besproken bij vitamine B6, speelt vitamine B12 een belangrijke rol bij de opbouw van DNA en RNA. Ook speelt cobalamine een rol bij de vorming van gezonde rode bloedcellen en zorgt het voor een goede werking van het zenuwstelsel (Machlin, 1991; TNO, Vitamine informatie bureau, 2004).

3.4.8 Vitamine C (ascorbinezuur)

Vitamine C is een vitamine die bij veel processen betrokken is. Zo is ascorbinezuur noodzakelijk voor de synthese van neurotransmitters, collageen in het bindweefsel, steroïdhormonen en carnitine. Daarnaast is de vitamine nodig bij de omzetting van cholesterol tot galzuren. Ook verbetert het de biobeschikbaarheid van ijzer in het lichaam. Daarnaast heeft vitamine C een antioxidant werking en beschermt het op deze manier het lichaam tegen de invloed van vrije radicalen. Ascorbinezuur ondersteunt weefselgroei en herstel, celontwikkeling en calcium absorptie. Ook speelt vitamine C een rol bij de bescherming tegen infecties en draagt het bij aan een sneller herstel van infecties (Zenst, 2004).

Voor sporters is in het bijzonder de antioxidant werking van vitamine C van belang. Tijdens zware inspanning is het lichaam vatbaarder voor infecties aan de luchtwegen door vrije radicalen die gedurende de inspanning ontstaan. Door de antioxidant werking van vitamine C worden de vrije radicalen geneutraliseerd (Hemilä, 1996).

Deze beschermende werking van vitamine C blijkt u it drie studies bij groepen die gedurende een korte periode zware lichamelijke inspanning leverden. Eén studie werd uitgevoerd bij militairen op een intensief trainingskamp in de winter in Noord-Canada, een andere studie werd uitgevoerd bij schoolkinderen op skikamp in de Alpen en de derde studie werd gehouden onder deelnemers aan een hardloopwedstrijd van 90 kilometer in Zuid-Afrika. Bij deze drie studies werd aan de helft van de deelnemers per dag een vitamine C supplement van 600 tot 1000 mg gegeven. De andere helft van de deelnemers kreeg een placebo. In de groepen die extra vitamine C kregen, werden minder verkoudheden geconstateerd gedurende 1 tot 2 weken tijdens en na de zware inspanning. De kans op een verkoudheid was gemiddeld met de helft afgenomen (Hemilä, 1996).

3.4.9 Vitamine E (tocoferol)

Vitamine E, ook wel tocoferol genaamd, is een antioxidant die het lichaam kan beschermen tegen vrije radicalen die tijdens intensief sporten bij de aërobe verbranding in de spieren gevormd worden. Doordat vitamine E de celmembranen beschermt, wordt voorkomen dat eiwitten, na een inspanning, uit de cellen van spiervezels kunnen lekken. Hiermee wordt de tijd die nodig is om van een inspanning te herstellen verkort (Burton, 1994; Evans, 2000).

Uit onderzoek onder 21 mannelijke vrijwilligers blijkt dat met name ongetrainde sporters en lichamelijk actieve ouderen boven de 55 jaar baat hebben bij een verhoogde dosering vitamine E. Bij ongetrainde sporters heeft het antioxidantsysteem van het lichaam zich nog niet voldoende ontwikkeld om efficiënt de ontstane vrije radicalen weg te vangen. Bij ouderen functioneert dit antioxidantsysteem van het lichaam als gevolg van de ouderdom minder goed. Door het lichaam te ondersteunen met vitamine E supplementen ontstaat er minder schade aan de spieren (Meydani, 1993; Clarkson, 1994).

Takanami et al. (2000) concludeert na een onderzoek in Japan dat duursporters door het extra innemen van 100 tot 200 mg vitamine E per dag de oxidatieve schade aan spieren als gevolg van inspanningen kan worden voorkomen.

Hoewel er veel positieve signalen zijn rondom de antioxidant werking van vitamine E tijdens sportieve prestaties, kan er nog geen uitsluitsel over de werkzaamheid van tocoferol worden gegeven. Er zijn namelijk ook onderzoeken, gehouden onder wielrenners en marathonlopers, die geen eenduidig verband vinden tussen een verhoogde vitamine E inname en de daarmee gepaard gaande mindere schade aan de spieren en het snellere herstel (Rokitzki et al., 1994; Kaikkonen et al., 1998).

3.5 Plantenextracten

Aan energiedranken worden tegenwoordig ook allerlei soorten plantenextracten toegevoegd waarvoor de producenten van energiedranken verschillende positieve eigenschappen claimen. In de vijf sportdranken die in deze studie bekeken zijn, bevat één sportdrank guarana en één sportdrank guarana en ginseng.

3.5.1 Guarana

Guarana wordt verkregen uit de bes van de guarana plant. De stof heeft dezelfde chemische samenstelling als cafeïne, theïne and cocaïne. Producenten van energiedranken voegen deze vorm van cafeïne toe aan hun product omdat de consument gelooft dat deze vorm van cafeïne gezonder is. Er zijn namelijk ook sportdranken met cafeïne, maar hierbij gaat het dan vaak om een synthetische vorm. Het is echter moeilijker, door de verschillende soorten en manieren van processing, om van deze natuurlijke producten het precieze gehalte aan cafeïne te bepalen. Om toch gegarandeerd te zijn van een psychologisch effect voegen producenten vaak ook nog bekende concentraties synthetische cafeïne toe (Bonci, 2002).

De producent van Biosynergy sportdrank schrijft aan guarana een aantal stimulerende gezondheidsvoordelen toe. Zo wordt bijvoorbeeld verlenging van het uithoudingsvermogen, het overwinnen van vermoeidheid, een betere mentale scherpheid en lange termijn geheugen, het vertragen van het verouderingsproces en een beter libido genoemd (BioSynergy health alternatives, 2004).

Volgens de producent van Dark Dog energy drink bevat guarana bestanddelen die als spierverslappers werken en het dus ook diuretische eigenschappen heeft (D ark Dog, 2004) .

Volgens Bonci (2002) is er maar weinig of geen wetenschappelijk bewijs voor de prestatie verbeterende eigenschappen van deze plantenextracten voor sporters. Daarnaast zijn de extracten die gebruikt worden niet altijd gestandaardiseerd of zuiver. Hierdoor is het mogelijk dat een sporter een te hoge dosis binnen krijgt. Dit kan leiden tot een positieve reactie bij een dopingtest. Ook kunnen te hoge concentratie aan plantenextracten die cafeïne bevatten leiden tot duizeligheid en andere symptomen van een niet optimaal functionerend zenuwstelsel.

3.5.2 Ginseng

Ginseng wordt verkregen uit de wortel van de plant Panax Ginseng. De wortel bevat bestanddelen die saponinen worden genoemd. Ginseng bestaat er in verschillende vormen, afhankelijk van de processing van de wortel. Aan ginseng worden verschillende positieve werkingen toegeschreven zoals een geheugen stimulerend effect en positieve effecten op de bloedstroom (Kennedya, 2001). Meer onderzoek is nog noodzakelijk, ook omdat er bijwerkingen bij het gebruik van ginseng worden geconstateerd, waaronder diarree en nervositeit (Vahedi, 2000).

Uit onderzoek van Pieralisi et al. (1991) naar het effect van ginseng bij duurinspanning bleek dat de wortel een positieve bijdrage kan leveren. Aan een groep van 50 personen werd of Ginseng of een placebo toegediend gedurende zes weken. De groep die ginseng had ingenomen beek beter te presteren, een lagere hartslag te hebben, een hoger efficiency te vertonen in het zuurstofgebruik van de spieren en een verbeterde VO2max te hebben van 7 procent.

Er zijn echter ook onderzoeken die geen positieve invloed op de sportieve prestaties aan ginseng kunnen toewijzen. In Onatario werd een onderzoek uitgevoerd waarbij acht deelnemers gedurende een week 8 mg of 16 mg ginseng kregen toegediend waarna ze zolang mogelijk op 75% van hun VO2max moesten fietsen. Op een ander tijdstip moesten dezelfde atleten ook de test afleggen, maar dan zonder toediening van ginseng. Uit de resultaten blijkt dat de atleten zonder toediening gemiddeld vier minuten langer volhielden en er verder bij de twee testen overeenkomstige fysiologische gegevens werden gevonden (Morris, 1994).

Ginseng zou dus een positief effect op de sportieve prestaties kunnen hebben bij langdurigere dosering. Het effect bij inname door het onregelmatig drinken van een sportdrank met ginseng extract, waarbij de concentratie ook nog eens erg laag is, is waarschijnlijk te verwaarlozen.

3.6 Zuren

Aan drie van de vijf sportdranken uit deze literatuurstudie is citroenzuur toegevoegd. Aan één sportdrank is naast citroenzuur ook melkzuur toegevoegd. Een reden voor het toevoegen van organische zuren aan een sportdrank is om de smaak te verbeteren. Daarnaast wordt de microbiële stabiliteit van een drank verbeterd door het toevoegen van een zuur. Hierdoor wordt een langere houdbaarheid verkregen. Vanuit een fysiologisch standpunt is er echter geen enkel voordeel van een grote hoeveelheid zuur in een sportdrank. Een hoge zuurgraad zal juist eerder een nadeel opleveren. Door een hoge zuurgraad zal de maaglediging worden geremd. Bij een minder zure drank zal de maaglediging dus sneller gaan en daardoor zal ook de aanvoer van koolhydraten en water toenemen (Departement welzijn, volksgezondheid en cultuur vlaanderen, 2004).

3.7 Inositol

Volgens de producenten van de energiedranken Shark, Bulldog en Biosynergy, is inositol een essentieel middel voor het lichaam voor de groei en de overleving. Het heeft effect op de zenuwoverdracht en wordt gebruikt om het zenuwstelsel te reguleren. Daarnaast heeft inositol een ondersteunende functie bij de afbraak van vetten en helpt het bij het reduceren van cholesterol in het bloed (Shark energy drink, 2004; Bulldog energy drink, 2004; BioSynergy health alternatives, 2004)).

Inositol, soms ook wel vitamine B8 genoemd, zit in alle dierlijke weefsels. Inositol helpt de lever bij het afbreken van vetten en speelt mogelijk ook een rol bij een depressie (CZ verzekeringen, 2004).

Hoewel inositol ook wel vitamine B8 wordt genoemd, is het geen vitamine. Het lichaam kan inositol namelijk zelf aanmaken. Inositol fungeert als co-enzym in diverse stofwisselingsprocessen. De stof is nodig voor de stevigheid en de functie van celwanden. Ook is inositol een van de aanmaakstoffen voor de hersenen en helpt het bij het verhogen van de weerstand tegen stress. Daarnaast is het een belangrijk component bij de groei en ontwikkeling van beenmerg- en darmcellen. Tenslotte stimuleert inositol de lever en de darmwerking (Natuurlijkerwijs.com, 2004).

3.8 Carnitine

Carnitine is betrokken bij het metabolisme van vetzuren. Er wordt beweerd dat door het toedienen van carnitine vermoeidheid kan worden vertraagd doordat het lichaam wordt gestimuleerd om meer vet te gebruiken als energiebron tijdens de inspanning. Deze claims worden echter niet door wetenschappelijk onderzoek ondersteund (Brass, 2000).

Carnitine fungeert als transportmiddel van vetzuren met variabele ketenlengte. Voornamelijk van het vetweefsel naar de mitochondri ë n van het spierweefsel. In de mitochondri ë n worden de vetzuren verbrand en wordt er energie in de vorm van ATP van gemaakt. Carnitine is in alle cellen en lichaamsvloeistoffen aanwezig, maar de concentraties variëren enorm (Scheck, 1994).

Carnitine wordt enerzijds geproduceerd door de lever en anderzijds met de voeding opgenomen. De meeste carnitine is opgeslagen in de spieren. Carnitine is in de spieren altijd in voldoende mate aanwezig. Carnitine wordt ook niet verbruikt, maar het lichaam kan het steeds weer opnieuw gebruiken. Door producenten van sportdranken wordt geclaimd dat door het innemen van extra carnitine de vetverbranding wordt verbeterd, maar carnitine is bij dat proces niet de bottleneck. Belangrijker is de hoeveelheid vrije vetzuren die er beschikbaar zijn en hoeveel mitochondri ë n er aanwezig zijn in de spieren. De hoeveelheid mitochondri ë n die aanwezig zijn in de spieren is naast genetische aanleg afhankelijk van de hoeveelheid duurtrainingsuren die een sporter heeft gemaakt (Scheck, 1994) .

4 Conclusie en discussie

Uit deze studie blijkt dat de bestanddelen die er in de sportdranken van meer dan dertig jaar geleden zaten nog steeds de belangrijkste ingrediënten vormen voor sportdranken. Tijdens een sportieve inspanning heeft het lichaam vooral behoefte aan vocht in de vorm van water, energie in de vorm van koolhydraten en elektrolyten om de opname van het vocht en de energie te verbeteren. Natuurlijk zijn producenten van sportdranken door wetenschappelijk onderzoek tegenwoordig beter in staat een uitgebalanceerde sportdrank te maken met deze ingrediënten.

Voor de overige bestanddelen die er tegenwoordig aan sportdranken toegevoegd worden geldt dat het niet noodzakelijk is dat deze gedurende de inspanning aangevuld worden. Wanneer men gezond en gevarieerd eet krijgt men deze stoffen in voldoende concentraties binnen. Deze overige bestanddelen verhogen wel de osmotische waard van een sportdrank en beïnvloeden daarmee, vaak in negatieve zin, de opname van de sportdrank door het lichaam.

Toch blijft het allerbelangrijkste de smaak van de sportdrank. Wanneer men met tegenzin een sportdrank drinkt, is de kans groot dat men onvoldoende drinkt en dit komt uiteindelijk de vocht en koolhydraat opname ook niet ten goede.


Referenties

Bergeron, M.F. (1996), “Heat cramps during tennis: a case report”, International Journal of Sport Nutrition Vo.6 No. 1, pp. 62-68.

Bergeron, M.F. (2000), “ Sodium, the forgotten nutrient”, Sports Science Exchange , Vo. 13 No. 3, pp. 118-126.

BioSynergy health alternatives, B+™ Energy Drink, 18-08-2004, www.biosynergy.net/bplus.htm .

Bonci, L. (2002), “Energy drinks: help, harm or hype?”, Sports Science Exchange , Vo. 15 No. 1, pp. 1-11.

Brass, E.P. (2000), “Supplemental carnitine and exercise”, American Journal of Clinical Nutrition , Vo. 72 No. 2, pp. 618s-623s.

Bulldog, Energy drink, ingrediënten, 17-08-2004, www.energy-drink.nl/nederland/ingredienten.html .

Burton, G.W. (1994), “Vitamin E: molecular and biological function”, The Proceedings of the Nutrition Society , Vo. 53 No. 2, pp. 251-262.

Carrithers, J.A., Williamson, D.L., Gallagher, P.M., Godard, M.P., Schulze, K.E. en Trappe, S.W. (2000), “Effects of postexercise carbohydrate-protein feedings on muscle glycogen restoration”, Journal of Applied Physiology , Vo. 88 No. 6, pp. 1976-1982.

Casa, D.J., Armstrong, L.E., Hillman, S.K., Montain, S.J., Reiff, R.V., Rich, B.S.E., Roberts, W.O. en Stone, J.A. (2000), “National Athletic Trainers' Association position statement: fluid replacement for athletes”, Journal of Athletic Training, Vo. 35 No. 2, pp. 212-224.

Clark, N.1(995), “Counting your calcium: how much is enough?”, The physician and Sportsmedicine , Vo. 23 No, 1, pp. 21-21.

Clarkson, P.M. (1995), “Antioxidants and physical performance”, Critical Reviews in Food Science and Nutrition , Vo. 35 No, 1 & 2, pp. 131-14.

Coyle, E.E. (1994), “Fluid and carbohydrate replacement during exercise: how much and why?”, Sports Science Exchange , Vo. 7 No. 3, pp. 312-319.

Coggan, A.R. en Coyle, E.E. (1991), “Carbohydrate ingestion during prolonged exercise: effects on metabolism and performance”, Exercise and Sports Science Review , No. 19 Vo. No. 1, pp. 1-40.

CZ verzekeringen, Voeding, Lipotropen 18-08-2004, www.czmedicinfo.nl/%7Be325c181-bd57-41f4-b90e-2b723f565d5d%7D_listbox/%7Bf371a2fc-efa6-466e-b818-184c9ad4abe0%7D.xml.

Dark Dog, Products, Guarana,17-08-2004, www.darkdog.com/whatisguarana.html.

Dark Dog, Products, Taurine,17-08-2004, www.darkdog.com/whatistaurine .

Davis, J.M., Welsh, R.S. and De Volve, K.L. (1999), “Effects of branched-chain amino acids and carbohydrate on fatigue during intermittent, high-intensity running”, International Journal of Sports Medicine ; Vo. 20 No. 2, pp. 309-314.

Departement welzijn, volksgezondheid en cultuur vlaanderen, sportdranken wetenschappelijk onderzocht, Gezond sporten,15-08-2004, www.wvc.vlaanderen.be/gezondsporten/voeding/drinken .

Evans, W.J. (2000), “Vitamin E, vitamin C and exercise”, American Journal of Clinical Nutrition , Vo. 72 No. 2, pp. 647-651.

Gatorade, The Gatorade story, 29-07-2004, www.gatorade.com .

Hamilton, A. (2004), magnesium, nutrition, minerals, Why magnesium matters to athletes, 20-08-2004, www.pponline.co.uk/encyc/magnesium.html.

Hemilä, H. (1996), “Vitamin C and common cold incidence: a review of studies with subjects under heavy physical stress”, International Journal of Sports Medicine , Vo. 17 No. 5, pp. 379-383.

Horwill, F. (2004), Vitamin B6, Why Why all the fuss about vitamin B6, and what does it mean to athletes, anyway?, 20-08-2004, www.pponline.co.uk/encyc/ 0192.htm.

Kaikkonen, J., Kosonen, L., Nyyssonen, K., Porkkala-Sarataho, E., Salonen, R., Korpela, H. en Salonen, J.T. (1998), “Effect of combined conenzyme Q10 and d-alpha-tocopherol acetate supplementation on exercise-induced lipid peroxidation and muscular damage: a placebo-controlled double-blind study in marathon runners”, Free Radical Research , Vo. 29 No. 1, pp. 85-92.

Kennedya, D.O., Scholeya, A.B. en Wesnes, K.A. (2001), “Dose dependent changes in cognitive performance and mood following acute administration of ginseng to healthy young volunteers”, Nutritional Neuroscience, Vo. 4 No. 4, pp 295-310.

Loon van, L.J., Saris, W.H. en Kruijshoop, M. (2000), “Maximizing postexercise glycogen synthesis: carbohydrate supplementation and the application of amino acid or protein hydrolysate mixtures”, American Journal of Clinical Nutrition , Vo. 72 No. 1, pp. 106-111.

Machlin, L.J., (1991), “ Handbook of vitamins ”, Second edition, Dekker, New York.

Manore, MM. (2000), “Effect of physical activity on thiamine, riboflavine and vitamin B6 requirements”, American Journal of Clinical Nutrition , Vo. 72 No. 2, pp. 598s-606s.

Maxim, Products - Energy drinks - Ingredients, 14-08-2004,www.maxim.nl/products/energydrink3.html .

Meydani, M., Evans, W.J. en Handelman, G. (1993), “Protective effect of vitamin E on exercise-induced oxidative damage in young and older adults”, American Journal of Physiology, Vo. 264 No 5, pp. r992-r998.

Monster Energy, Monster energy drink, 14-08-2004, www.monsterenergy.com/scripts/me_product.php .

Morris, A. C., Jacobs, I., Klugerman, A. en McLellan, T. M. (1994), “No ergogenic effect of ginseng extract ingestion”, Medicine and Science in Sports and Exercise, Vol. 26 No. 5, Supplement abstract 35.

Natuurlijkerwijs.com, Overige voedingsstoffen, Inositol, 20-08-2004, http://www.natuurlijkerwijs.com/overige_voedingsstoffen.htm#inositol.

NeedMoreBeer.com, 2004, Iso energy spoorts drink, www.needmorebeer.com/iso.htm, 16-08-2004.

Pieralisi, G., Ripari, P. en Vecchiet, L. (1991), “Effects of a standardized ginseng extract combined with dimethylaminoethanol bitartrate, vitamins, minerals, and trace elements on physical performance during exercise”, Clinical Therapeutics, Vol. 13 No. 3, pp. 373-382.

Riedel, Onze producten en merktn, Extran, 14-08-2004, www.riedel.nl .

Rokitzki, L., Logemann, E., Huber, G., Keck, E. en Keul, J. (1994), “alpha-Tocopherol supplementation in racing cyclists during extreme endurance training”, International Journal of Sport Nutrition, No. 4 Vo. 3, pp. 253-264.

Rokitzki, L., Schumacher, T. en Hillmann, C. (1996), “Vitamin B1 status in athletes of various types of sports”, Medicine and Science in Sports and Exercise , Vo. 3 No. 2, pp. 240-247.

Ryan, A.J., Lambert, G.P., Shi, X., Chang, R.T., Summers, R.W. en Gisolfi, C.V. (1998), “Effect of hypohydration on gastric emptying and intestinal absorption during exercise”, Journal of Applied. Physiology , Vo. 84 No. 5, pp. 1581-1588.

Scheck, J. (1994), "Ist eine L-Carnitin-Substitution bei Sportlern sinnvoll?", Leistungssport , Vol. 2 No. 1, pp. 29-35.

Shark, Shark energy drink, FAQ, 17-08-2004, www. sharkenergy.com.

Takanami, Y., Iwane, H., Kawai, Y. en Shimomitsu, T. (2000), “Vitamin E supplementation and endurance exercise: are there benefits?”, Sports Medicine , Vo. 29 No.2, pp. 73-83.

TNO Vitamine informatie bureau, Vitamines op een rij, Vitamine B2, 16-07-2004, www.vitamine-info.nl/Content.cfm?onderdeel=1&Nivo=1&KmK=80.

TNO Vitamine informatie bureau, Vitamines op een rij, Vitamine B3, 16-07-2004,

www.vitamine-info.nl/Content.cfm?onderdeel=1&Nivo=1&KmK=76 .

TNO Vitamine informatie bureau, Vitamines op een rij, Vitamine B5, 16-07-2004,

www.vitamine-info.nl/Content.cfm?onderdeel=1&Nivo=1&KmK=78 .

TNO Vitamine informatie bureau, Vitamines op een rij, Vitamine B11, 16-07-2004,

5www.vitamine-info.nl/Content.cfm?onderdeel=1&Nivo=1&KmK=58.

TNO Vitamine informatie bureau, Vitamines op een rij, Vitamine B12, 16-07-2004,

6 www.vitamine-info.nl/Content.cfm?onderdeel=1&Nivo=1&KmK=77 .

Vahedi, K., Domigo, V., Amarenco, P. en Bousseri M- G. (2000) “Schaemic stroke in a sportsman who consumed MaHuang extract and creatine monohydrate for body building”, Journal of Neurological Neurosurgery and Psychiatry , Vo. 68 No., pp. 112-113.

Zest, Vitamin B5 - pantothenic acid - information page, 17-08-2004, www.anyvitamins.com/vitamin-b5-pantothenic-info.htm.

Zest, Vitamin C - ascorbic acid - information, 17-08-2004, www.anyvitamins.com/vitamin-c- ascorbicacid -info.htm

 



European Masters Degree in Food Studies - an Educational Journey


Master in Food Safety Law



Food-Info.net is an initiative of Wageningen University, The Netherlands