Een initiatief van :




Wageningen Universiteit





Sitekeuring.NET Award

Food-Info.net> Onderwerpen > Functional Foods

Planten sterolen en het effect op het bloed-cholesterolgehalte

Cholesterol

Cholesterol is een belangrijke lichaamseigen stof met een groot aantal functies. De naam is afgeleid van het Griekse woord voor gal (chole-) en de chemische structuur (sterol). Behalve cholesterol zijn ook vele hormonen chemisch sterolen of steroïden.

De voornaamste functie van cholesterol in het lichaam is het goed laten functioneren van de celmembranen in het lichaam. De celmembranen van al onze lichaamscellen bestaan uit een dun laagje vet-achtige stoffen, de fosfolipiden. Fosfolipiden bestaan uit een water-oplosbare fosfaat groep, en twee vet-oplosbare vetzuren. Deze vetzuren hebben de neiging om een soort 'kristallen' te vormen, waarbij ze dus hard worden. Hierdoor zou de cel niet meer kunnen functioneren. Om de celmembranen soepel te houden zit er cholesterol in de membranen. Cholesterol verstoort het membraan, hierdoor kunnen geen kristallen gevormd worden en blijft het membraan flexibel (zie figuur 1.).

(Vergelijk het bevriezen van water: bij afkoelen vormt het harde kristallen, ijs. Zoutdeeltjes verstoren de kristalstructuur, dus water bevriest pas bij een veel lagere temperatuur als je er zout aan toevoegt)

Figuur 1. Schema van een celmembraan. Bolletjes met paarse lijntjes zijn de fosfolipiden met vetzuren, gele moleculen zijn cholesterol. Cytoplasm=cytoplasma, is binnenzijde van de cel. Andere structuren zijn eiwitten in de celmembraan.

Een tweede belangrijke rol van cholesterol in het lichaam is dat het onder invloed van UV straling (zonlicht) omgezet wordt in vitamine D, zie figuur 2.

Figuur 2. De omzetting van cholesterol, via dehydrocholesterol tot vitamine D3 onder invloed van zonlicht (ultraviolet light in de figuur). Bron

Het lichaam heeft dus cholesterol nodig om goed te kunnen functioneren. Echter, teveel cholesterol heeft als nadeel dat het zich kan ophopen in de slagaderen in de vorm van plaques (zie figuur 3). Hierdoor kunnen verstoppingen ontstaan in de bloedvaten, met als mogelijk gevolg een hartaanval. Een te hoog cholesterolgehalte wordt dus gezien als een van de risicofactoren voor een hartaanval.

Figuur 3. Doorsnede van een bloedvat met een plaque. Rode bloedcellen worden geremd en er ontstaat een verstopping (bron)

Cholesterol transport: LDL/HDL.

Cholesterol is een vetachtige stof (een lipide) en dus onoplosbaar in water en bloed. Cholesterol wordt daarom door het bloed vervoerd met behulp van een groep eiwitten die specifiek vetten binden, de zogenaamde lipo-proteïnen. Er bestaan drie van deze lipo-proteïnen : de VLDL (very-low density lipoprotein), LDL (low-density lipoprotein) en HDL (high-density lipoprotein). De verschillen zitten in de vet/eiwit verhouding; hoe meer vet (inclusief cholesterol) des te lichter het deeltje (density=dichtheid). In LDL zit dus meer cholesterol dan in HDL.

Ongeveer 70% van het totale cholesterol in ons bloed is LDL cholesterol. LDL deeltjes transporteren cholesterol van de lever naar verschillende delen in het lichaam. LDL-cholesterol wordt ook wel het 'slechte' cholesterol genoemd, omdat juist dit type cholesterol afgezet kan worden in de plaques.

De overgebleven 30% is het 'goede' HDL cholesterol. HDL deeltjes transporteren cholesterol van de slagaderen en weefsels naar de lever. HDL verwijdert dus het cholesterol uit het bloed en heeft een cholesterol-opruimende werking, omdat het via de lever en de gal ook naar de darm wordt uitgescheiden. Het kan ook cholesterol uit de plaques halen en daardoor het risico op een hartaanval verminderen.

(klik op plaatje om te vergroten)

Fig 4: Vereenvoudigd schema van het cholesterolmechanisme

Een goed cholesterolgehalte is dus niet alleen een niet verhoogd cholesterolgehalte, maar vooral ook de verhouding LDL/HDL moet goed zijn; dwz relatief veen HDL en weinig LDL.

Stanolesters

Het lichaam maakt zelf cholesterol aan, maar krijgt ook cholesterol uit het voedsel binnen. Er zijn diverse oorzaken voor een hoog cholesterolgehalte in het bloed, waarvan cholesterol uit het dieet er één is.

De nieuwe producten werken vooral op dit laatste effect, ze verminderen de hoeveelheid cholesterol die uit de darm wordt opgenomen in het lichaam.

De nieuwe margarines bevatten speciale stoffen, die uit planten komen, en qua structuur heel erg op cholesterol lijken, zie hieronder.

Structuur van cholesterol


Structuur van sitostanol (links) en sitosterol (rechts)

Fig 5 : Structuur van cholesterol en de plantensterolen.

Zowel sitostanol als sitosterol zijn niet oplosbaar in water en slecht in vet, dus om toegepast te kunnen worden, wordt er een vetzuur aan gekoppeld, waardoor de zogenaamde stanol-esters ontstaan. Deze esters zijn wel toepasbaar in producten. Hoewel de stoffen en hun werking al meer dan 40 jaar bekend is, is het pas sinds kort technisch mogelijk om de stoffen te winnen en in levensmiddelen toe te passen.

Via onze dagelijkse voeding krijgen we uit plantaardige levensmiddelen deze stoffen al binnen, maar in een zeer lage concentratie. In de nieuwe levensmiddelen zitten ze in een hogere, werkzame, concentratie.

Deze stoffen blokkeren het opnamesysteem van cholesterol in de darm. Cholesterol uit de voeding wordt dus niet opgenomen in het lichaam en heeft dus geen verhogend effect op het bloedcholesterol gehalte.

Niet alleen het voedsel cholesterol wordt tegengehouden, maar ook cholesterol dat via de lever en de gal in de darm is gekomen (zie boven). Dus, behalve dat er geen nieuw cholesterol wordt opgenomen, wordt ook overtollig cholesterol uit het lichaam verwijderd. Het gevolg is een verlaging van het bloedcholesterol gehalte en met name van het slechte LDL. Een daling van het LDL cholesterol met 10% is in diverse studies gevonden.

De plantensterolen zelf worden niet opgenomen en worden via de ontlasting uitgescheiden. Zie ook onderstaande figuren.

Figuur 6A: Normale situatie. Voedselcholesterol (groen) wordt in de darm deels opgenomen, deels uitgescheiden. Lichaamscholesterol (rood) wordt via de gal in de darm gebracht en daaruit weer opgenomen.

Figuur 6B: Met plantensterolen. De plantensterolen (oranje) remmen de opname uit de darm van zowel het voedselcholesterol (groen) als het lichaamscholesterol (rood), waardoor beide typen cholesterol worden uitgescheiden. De sterolen zelf worden evenmin opgenomen.

Wanneer de inname van de plantensterolen stopt, wordt de blokkade opgeheven en herstelt de oude situatie zich weer.

 




European Masters Degree in Food Studies - an Educational Journey


Master in Food Safety Law



Food-Info.net is an initiative of Wageningen University, The Netherlands